Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland

 

Klooster der Dames van het Christelijk onderwijs en kostschool.
In het jaar 1827 kwam er te Vrasene een vereniging tot stand van Damen, gezonden uit het moederhuis te Gent, met het doel aan de dochters der begoede landbouwersfamiliën een verzorgde opvoeding te geven. De ingang was in de brugstraat.
De lessen werden in het Frans gegeven. In 1921 trokken de Dames zich terug en namen de Franciskanessen van het Crombeen hun taak over. Zij danken hun naam aan stichster Joanna Theresia Crombeen en in tegenstelling tot de Dames richtten zij zich tot het 'gewone' volk.


Gebouwengroep ingeplant rond een vierkante binnentuin en bestaande uit een ingang op het einde van een korte dreef, uitmondend in de huizenrij van de brugstraat (1), een hoofdgebouw aan de noordzijde van de tuin (2), een kapel aan de oostzijde (3) en recentere klooster- en schoolgebouwen aan de zuid-, west- en noordzijden (4a,4b,4c).
Ingang (1) gevat in de zuidvleugel en uitgewerkt als een puntgevel van twee bouwlagen.
Getoogde, vlak omlijste en witgeschilderde poortomlijsting met erboven rechthoekig naambord. In de geveltop, vrij grote rondboognis met Madonnabeeld. Hoofdgebouw (2) uit XVIIIe eeuw, van het dubbelhuistype, vijf traveeën en twee bouwlagen onder afgesnuit zadeldak (mechanische pannen) met opengewerkt dakruitertje en windwijzer. Verankerde baksteenbouw met licht verhoogde begane grond op gecementeerde plint. Driehoekige fronton met drielobbige oculus boven de drie centrale traveeën. Segmentboogvensters in geprofileerde arduinen omlijsting, voorzien van een gestrekte tussendorpel, een zware versierde sluitsteen en een gekorniste waterlijst, en voorafgegaan door drie treden met geprofileerde wel.
Gecementeerde achtergevel met rechthoekige vensters en deur; ingebracht in magere arduinen omlijsting met rechte tussendorpel en waterlijst op schouderstukken; erboven een segmentboogvormige venster in kwarthol geprofileerd zandsteenbeloop met duimen.

Interieur:
Verschillende kamers met rococoplafond en schoorsteenmantels; alle eikenhouten paneeldeuren zijn behouden.
Haaks tegenover het hoofdgebouw, ten oosten ervan: hoge bakstenen kapel (3) van 1898 (jaarsteen) met drie grote segmentboogvormige ramen in vlakke bepleisterde omlijsting met oren.
Gevels beëindigd op baksteenfries. Zadeldak (leien) gevat tussen aandaken op schouderstukken en voorzien van een dakruitertje boven het vroegere altaar.
Zuid- en westvleugels (4a en b) van twee bouwlagen onder zadeldaken (Vlaamse pannen).
Eenvoudig getoogde vensters met lekdrempels. Als enige vorm van versiering een muizentandfries onder de gootlijst. In de zuidvleugel zit een achtkantige traptoren met stompe naaldspits ingewerkt.
Tegen de schoolgebouwen (4c) met twee bouwlagen uit eind XIXe eeuw begin XXe eeuw rechtstreeks aan.