Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland

 

 

De vellenbewerking had een ontwikkeling meegemaakt van grootnijverheid naar kleinnijverheid en huisnijverheid en nam langzaam uitbreiding naar het platte land.

De vellenbewerking is niet een volledige maar enkel een voorbereidende nijverheid tot de hoedenmakerij.
De vilten hoeden worden met het haar gemaakt..
Het haar moet van de vellen gesneden worden en dan komt de hoedenmaker in actie.

De vilten hoed meer bepaald de" hoge hoed" was vroeger een volksdracht.
In de XVIII eeuw waren er dan ook verschillende hoedenmakerijen in het Waasland.
In Lokeren vooral waren er vele hoedenmakerijen en wel in de vorm van groot-nijverheid. Bijna negentig procent van de Belgische productie was geconcentreerd in Lokeren.

De hoedenfabrieken vervaardigden jaarlijks 40 à 50.000 duizend hoeden, een groot gedeelte van deze hoeden is voor de export.
Voor de fijne hoeden gebruikte men hazen-, konijnen- en beverhaar; voor de grovere hoeden gebruikte men schapenwol, kalf- en bokken- of geitenhaar, ook nog het afschuursel van lakens.

 

 

 


Daarna begon het verval van deze nijverheid. De eigenlijke hoedenmakerij, dus de fijne nijverheid, verdween, en het grove werk de voorbereiding zou een grote ontwikkeling kennen.
In het begin van 19e eeuw vervaardigde men fijne hoeden met hazen- en konijnenhaar, en daarnaast grovere hoeden met inlandse grondstoffen: schapenwol, geitenhaar, enz.
Door het duurder worden van de vellen kwam het gebruik van de vilten hoed in verval.
Van de ene dag op de andere werd de nijverheid een luxe-nijverheid. Ook het afzetgebied van Rusland verviel, zij gingen zelf produceren.
De Engelsen werden meester van de markt door de ontelbare konijnen in hun koloniën (Australie) en die boorden hier de hoedenmakerijen in de grond. Alleen het vuile werk werd hier nog gedaan omdat hier ook een groot arbeidsaanbod was. Talrijke kleine bazen traden in dienst van Engelse kooplui om zodoende een zekere waarborg van werk te hebben.
Daar hier geen strenge gezondheidsvoorwaarden waren voor de huisarbeid en de nijverheidsbazen kwam er ovevrloedig werk.
Ook werd er gretig naar dit goed betaalde werk uitgekeken door de bevolking.
De bazen hadden ongeveer 4000 werklieden in dienst, de meeste waren thuisarbeiders.