Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland

P.Verwilghenplein
 



De oudste vermelding van deze gemeente gaat terug in het jaartal 1150, wanneer zij door de bouw van de kerk afgescheiden wordt van het naburige Melsele.
Haasdonk grenst ten noorden aan Nieuwkerken en Beveren, ten oosten nog aan Beveren en Melsele, ten zuiden aan Kruibeke, Bazel en Temse en ten westen aan Sint-Niklaas.
De dorpsplaats in het midden van de gemeente gelegen is bijzonder fraai en vormde met haar uitgestrekt plein en daar omheen gebouwde sierlijke woningen, met haar hospitaal en haar monumentale kerk, die een van de bevalligste van het Waasland is.
Het gemeentehuis was in de XIXe eeuw een onbeduidend gebouw, slecht geplaatst op dit plein, en het belemmerde grotendeels het uitzicht .
In het jaar 1877 kocht het gemeentebestur een huis in de dorpskom, om daar voorlopig het bestuurbureel over te brengen, zodat er hoop is op deze plaats een sierlijk raadhuis te bouwen.
Zoals men weet is dit wel gebeurd en ik hoop hier later nog uitvoerig op terug te komen.



De bodem van deze gemeente is over het algemeen vruchtbaar: het kadaster vermeldde vele landen van eerste en tweede klas, vooral aan de oost- en zuidzijde van het dorp, de westkant heeft meest zandige gronden, die vroeger met sparren beplant waren
.De sparrenbossen zijn eind van de XIXe eeuw verdwenen en daarna zijn door schaarsheid en de hoge prijs van de sparren opnieuw bossen met deze houtsoort aangelegd.
Men vermoedt dat de zandstreep die door Haasdonk loopt dat deze vroeger een duinketen was die zich uitstrekte van het westen naar het oosten, van Brugge tot aan Antwerpen, namelijk door de gemeenten Sijsele, Maldegem, Adegem, Eeklo, Lembeke, Oost-Eeklo, Ertvelde, Wachtebeke, Moerbeke, Stekene, Sinaai, Kemseke, en Haasdonk.
Over de waterwegen valt er weinig te zeggen buiten enkele onbeduidende grachtjes en beekjes die de namen droegen van St-Maartensbeek, Gaversbeek, Raapstraatbeek, Van Miegemsbeek, Beversche beek en dorpsbeek.

De vrijheidsboom was oorspronkelijk een boom die ten tijde van de Franse Revolutie op het hoofdplein van elke stad geplant werd om aan te duiden dat er een nieuw tijdperk was begonnen. Deze boom was doorgaans een populier (Lat. populus, Fr. peuplier) . Dus een boom van het volk.
De oude bomen die men in Vlaanderen aantreft vóór de gemeentehuizen zijn daarentegen meestal lindebomen.
Ze worden door het volk eveneens Vrijheidsbomen genoemd, maar dateren van 1830, toen België een onafhankelijke Staat werd
In het Land van Waas stond  nog een prachtige vrijheidsboom vóór het vierhonderdjarige gemeentehuis te Haasdonk.
De boom werd samen met het gemeentehuis officieel geklasseerd.