Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland

     

De Meester van der Heijdengroeve:
Nieuw-Namen en een klein deel van Kieldrecht liggen op een lage heuvel, die zo'n drie, vier meter hoger ligt dan de omgeving. Wie langs Woestijne-, Schelp- of Veerstraat Nieuw-Namen binnen komt, klimt deze heuvel op. Het is een overblijfsel van een veel groter gebied dat ooit zo hoog lag, maar dat helemaal is weggespoeld. De leeftijd van die heuvel ligt tussen de 2,5 en 3 miljoen jaar. Hij bestaat uit rotsen "ijzeroerbanken", "crag" (schelpresten) en een aparte zandsoort, in de streek gekend als "rost zand", en in wetenschappelijke kringen lange tijd gekend als "zand van de Kauter".
In een streek waar alle poldergrond uit klei bestaat, is zand een begeerd artikel. Tal van polderwegen (zoals Arenbergstraat) ook het kerkhof van Kieldrecht zijn opgehoogd met "Kauters zand", dat in groeven gewonnen werd. Een zo'n groeve lag tussen het Kerkpad, de Smetstraat/Grensstraat en de Koningsdijk, een uitloper van De Wallen. Het is algemeen geweten dat zo een verhoogde plek heel vroeg de belangstelling van de mens trok.
Niet alleen in de Middeleeuwen, in de tijd dat de paters van Drongen er een kapel bouwden, maar al eeuwen tevoren. In de Jonge Steentijd (6000 tot 2000 jaar voor Chr.) en in de Midden-Steentijd, de lange periode ervoor. Door de vondsten van vuurstenen gebruiksvoorwerpen, pijlpunten, messen en krabbers worden deze beweringen gestaafd.


Omschrijving:
De 'Meester van der Heijden'-groeve is een oude zandgroeve in de Kauterheuvel bij Nieuw-Namen. Het is de enige plaats in Europa waar de overgang tussen Plioceen en Pleistoceen goed zichtbaar is. Bij elke trede van de trap die afdaalt in de groeve gaat u duizenden jaren terug in de tijd.
Fossielen zijn getuigen van lang vervlogen tijden en ook de sporen van de eerste Zeeuwen uit het Stenen
Tijdperk vindt u in deze groeve van Staatsbosbeheer terug.


Watergeweld:
Ruim 2,5 miljoen jaar geleden was zeeland een ondiepe zee waarin veel schelpdieren leefden.
Aan het eind van dit Pliocene tijdperk trok de zee zich terug.
Vermoedelijk zijn hier toen door het stromend water schelpen en zand op een hoop geveegd.
De schelpen klitten in de vele duizenden jaren daarna aaneen en vormden een stevige laag, een schelpenbreccie.
De schelpenlaag:
Het Pleistoceen brak aan, de periode van 2,5 miljoen jaar geleden tot 10.000 jaar geleden. Dit was een tijdperk waarin ijstijden en warmere perioden elkaar afwisselden en de zee land gaf en nam.
Ook te Nieuw-Namen was het woelig. En terwijl het water zand en schelpen rondom De Kauter meenam, bleef De Kauter fier staan waarschijnlijk dankzij de ondoordringbare schelplaag (de schelpenbreccie).
De omliggende polders liggen zes meter lager; daar is het Pliocene materiaal weggespoeld.
Zandwinning:
De Kauter was niet alleen een veilige hoge plek als bescherming tegen het water, maar bleek vele millenia later, ook aantrekkelijk om zand uit te winnen.
Zand is immers in dit kleiige Zeeuwse land, vrij zeldzaam en zand was nodig om wegen te verharden of wallen op te werpen. De Spanjaarden groeven in die tijd van de Spaanse bezetting (16e, 17e eeuw) bijvoorbeeld zand uit om een fort te kunnen omwallen.
En in die eeuwen daarna groef menig inwoner van het dorp, dat toen overigens nog Kauter of eerder nog Hulsterloo heette, zijn eigen zand uit.
Ook de schelpenbreccie was een goed product voor het aanbrengen van een verharding. Overal op De Kauter ( en ook in het groevebos) zijn de laagten nog goed te zien.



"Nieuw-Namen is gebouwd op een voor deze streek opmerkelijke hoogte, de Kauter.
Hulsterloo was de eerste naam die aan deze plaats gegeven werd. Dat betekent hoge plaats in een bos- en moerasland­schap.
Hulsterloo komt voor in het Reijnaert-verhaal. Veel straten en pleinen in Nieuw-Namen ontlenen hun naam aan deze legende, o.a. Cantecleer- en Nobelplein, Cuwaert-, Hermelijn- en Reijnaertstraat.
In de jaren '80 werden op de Kauter tal van sporen van de prehistorische mens ontdekt, o.a. vuurstenen, pijlpunten, spitsen, klingen en krabbers.
I n 1985 vonden schoolkinderen pijlpunten, stenen, messen en andere werktuigen terug die gebruikt werden tussen 5.000 en 10.000 jaar voor Christus. Al die vondsten zijn te bezichtigen in het Streekmuseum in Hulst. In de geschreven geschiedenis wordt Hulsterloo voor het eerst vernoemd in een schenkingsbrief uit 1136. De abdij van Saleghem verwierf door schenking de gronden in deze buurt. De Norbertijnen begonnen een kleine stichting die uitgroeide tot een bedevaartplaats. Hun klooster lag op de huidige Kapelleberg, het hoogste punt.
Rond 1400, ten tijde van de godsdienst­twisten, vernielden de beeldenstormers het gebouw. In 1578 en 1580 brachten oorlogen en geweld ook overstromingen met zich mee : de dijken werden immers doorgestoken. De meeste inwoners verlieten Hulsterloo, dat als een eiland boven het water bleef uitsteken.
Pas veel later stichtten landarbeiders en vissers hier terug een nederzetting, de Hoge Kauter.
In 1830 scheidde België zich af van de Nederlanden.
De heuvel werd in twee gesplitst : De Hollandse Kauter, met 'a u' en de Belgische Kouter, met 'o u'.
Het bisdom Breda stelde pastoor Cammermans uit Doel aan om een nieuwe parochie op de Hollandse Kauter op te richten. De geestelijke ontdekte dat heel wat inwoners van zijn kersverse kerkgemeenschap af­stammelingen waren van vluchtelingen uit het dorpje Polder van Namen dat rond 1700 in de golven verdwenen was. Daarom kreeg de Kauter in 1859 de naam Nieuw-Namen. In het begin van de 19de eeuw werden de eerste polders ingedijkt. Woonkernen her­rezen in het verdronken gebied, o.a. Kallo, Doel en Verrebroek. Wegen moesten wor­den aangelegd.
En wat bleek ? Het zand van de Kauter was heel geschikt voor de wegenbouw. Deze 'vaste' aarde heeft een rode kleur en wordt daarom ook 'rost' zand genoemd. De be­volking van de heuvel begon een ware 'zandhandel'. De inwoners verkochten hun zand per m3.
Door het ontzanden ontstonden talloze groeven. De Kauter werd daarom vergele­ken met een molshoop. Zo kwamen de in­woners hier aan hun bijnaam ' Kautermollen'. Tijdens het carnaval wordt er nu nog op gezinspeeld.
Maar het zandgelaag op de Kauter is ook interessant voor geologen. Reeds in het midden van de 19de eeuw bestudeerden ze de grondlaag.
Die is heel merkwaardig. Ze is namelijk 2.500.000 jaar oud en ligt hier zomaar aan de oppervlakte : uniek in Ne­derland. Vroegere zeebodem, die ooit dieper lag dan het omliggende land, is door de werking van het water een heuvel in het landschap geworden.
Deze groeve werd blootgelegd bij de laatste zandwinning van 1948.
In de jaren '50 kregen wetenschappers en natuurbeschermers terug oog voor dit unieke stukje Nederland. Ze wilden voorkomen dat de bevolking de heuvel totaal zou weggraven. In 1955 legde het Nederlandse Staatsbosbeheer de hand op een stukje Kauter.
In 1983 werd deze groevewand tot op het grondwaterniveau blootgelegd. Tal van vrijwilligers staken de handen uit de mouwen.
Ze verwijderden heel wat huisvuil, dat hier tot in de jaren '60 was gestort.
Nu is deze oude profielkuil hersteld. Reeds meer dan 25.000 bezoekers kwamen een kijkje nemen. 't Is de blikvanger van Nieuw-Namen."
Na de vernieuwing: