Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland

     

 

Sfeerbeeld van 24 mei 1574 door Dionisius De Harduyn:
De stichter en begiftiger van deze mooie kapel is "Iwein", graaf van Aalst, die in het koor van de kerk van Drongen ligt begraven.
De kapel van de H. Maria in Hulsterloo, bij Kieldrecht, is gelegen deels in Hulsterambacht en deels in het Land van Beveren.
Bij deze kapel is er een mooi bos, doorheen men St. Laureys (Saefthinge) kon bereiken.

De kapel van Hulsterloo was een kruiskerk met toren en twee zijkapellen.
De grote abdijen, richtten op de gronden welke hun toebehoorden en door hun ontgonnen werden, enige gebouwen op, meestal een schuur, een kapel en een verblijfplaats voor de monniken. Daar verzamelden ze de opbrengst van hun "tienden", om ze van daaruit naar hun grote abdijen te sturen. Van daar dan ook hun naam van "grangia" en "uithof".
Harduyn wil er op wijzen dat Hulsterloo geen parochie was. Hulsterloo was tevens een vermaarde bedevaartplaats van "T'Onser Vrouwen te Hulsterloo". Dit bedevaartsoord schijnt vooral in de XIIIe en XIVe eeuw een grote bloei gekend te hebben: het komt dan herhaaldelijk voor op de lijsten van de "Pelgrimagiƫn" welke sommige veroordeelden als straf moesten doen.
Het stilzwijgen van Harduyn, over Hulsterloo als bedevaartsoord, laat wel een verval vermoeden. In 1577 verjagen de Geuzen de geestelijkheid uit de streek en wordt Hulsterloo verkocht en afgebroken. Heden behoren de gronden van het oude Hulsterloo tot het dorp Nieuw Namen.
Vertaling en uitleg door Jozef De Wilde.

 

Daar Hulsterloo al eeuwen verdwenen is moet men zijn toevlucht nemen voor de oudste vermeldingen in het middelnederlandse dierenepos "Van den vos Reinaerde. Over de locatie is men het over eens dat het grensdorp van Zeeuws Vlaanderen Nieuw Namen er aanspraak op kan maken.
Int oostende van Vlaenderen staet
Een bosch ende dat heet Hulsterloo

De moeren:
De oudste schriftelijke vermelding is van 1136 Van Dirk van den Elzas, graaf van Vlaanderen, deze schonk Hulsterloo (dat reeds bewoond was) en omgeving, op verzoek van zijn schoonvader Iwein de Kale, graaf van Aalst, aan de abdij van Saleghem (vroeger gelegen in Vrasene nu St-Gillis). Vermelden we nog dat deze abdij door Iwein was gesticht. Kort daarna werd Saleghem met haar bezitingen ondergeschikt aan de abdij van Drongen.

vervolgd