Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland



De naam betekent: zandige verhoging - donk - die opduikt uit laagliggend land, dat regelmatig onder water loopt.
De naam Merdonck komt reeds voor in de 13e eeuw. Het was de naam van een afzonderlijke heerlijkheid, die vanaf dan samen met het Land van Waas eigendom werd van de graven van Vlaanderen. De streek werd beschreven als 'moer ende woestine'.
Deze beschrijving verwijst naar de belangrijkste economische activiteit van de turfontginning. De turfrijke gronden noemde men moeren. 'Woestine' waren de stukken onbebouwd land die overbleven na uitvening.
Turf werd gebruikt als brandstof en voor de zoutwinning. In de zomer, toen het water teruggetrokken was, werd de turf in grote klompen of plaggen gestoken, die gedroogd werden en met platte broodjes naar de steden vervoerd.


Nu nog verwijzen vele straatnamen (Turfbanken, Pannekeet, Panneweel) naar de ontginning van turf.
Tot het einde van de 13e eeuw maakte Meerdonk deel uit van de bezittingen van de burggraven van Gent, waarna het samen met het Land van Waas eigendom werd van de graven van Vlaanderen.
De Farnes-overstroming van 1584 zette het grootste deel van de Meerdonkse polders onder water.


Meerdonk bestaat sinds 6 april 1845, wanneer zij op deze dag afgescheiden werd van de gemeente Vrasene. Meerdonk grenst ten noorden aan Zeeland, ten oosten aan Kieldrecht en Verrebroek, ten zuiden aan Vrasene en ten westen aan
St-Gillis en de Klinge.De Watergang en de Grootte Guile of St-Jacobsgat waren vroeger belangrijke waterlopen niet alleen voor Meerdonk maar voor de ganse polderstreek, dat vroeger menigmaal door overstromingen werd geteisterd. Op het einde van de XIXe eeuw waren verscheidene grote pachthoeven waaronder de "Pannekeet" in de Magrietstraat en de "Riethoeve" die vroeger eigendom was van de St-Pietersabdij van Gent, deze hoeven waren gelegen in de Konings-Kieldrechtpolder.