Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland

 

 





De gebroeders Fons (85 j.) en Jozef (83 j.) Rosseel zijn nog de enige overblijvenden van de Graan -en Lijnkoekmaalderij in de Meerdonkse Molenhoek. Hun vader Jef Rosseel-Morcus, afkomstig uit het Zeeuwse Hontenisse, was een voor zijn tijd wel erg ondernemende man. Eens dat hij eigenaar was van het Oude Molenhof in 1909, schakelde hij van de wispelturige op wind draaiende korenmolen en de met paarden getrokken rosmolen over op de benzinemotor. Eens dat de in een nieuw gebouw geïnstalleerde molen op volle toeren draaide, werd toen de 16 eeuwse molen en de naastliggende rosmolen afge­broken. Geburen keken toen hun ogen uit hun hoofd en de kritieken zoals: «Oei... Rosseel gaat de automechanische toer op, wat gaat dat worden?» was toen de roddel van de straat. In 1912 schakelde men nog over op een gasmotor met antraciet en in 1927 werd het een volledig gemechaniseerde maalderij. Toen vader Rosseel in 1940 stierf, maakte men nog de oorlogsjaren mee. Na de oorlog werd overgeschakeld op de dieselmotor en werd binnen de economische marktsituatie van toen in de graansector meer van kwaliteit naar kwantiteit overgeschakeld.
De gebroeders Fons en Jozef namen het zekere voor het onzekere en weigerden aan schaalvergroting te doen. Op pensioengerechtigde leeftijd sloten zij in 1975 hun maalderij.




J
ozef, de mekanieker van het duo heeft op een bordje zijn instructies opgeschreven om de oude dieselmotor van het type Nationaal weer op te starten. En in de maalderij op een groot bord bij de drie molens staat: «Wij zijn gestopt met malen op 1-7-1975. Als ge terug begint moet er olie gebruikt worden, want alles staat droog». De tijd staat er ruim een halve eeuw stil en Fons en Jozef onderhouden het hele alaam nog als een relikwie. Alles is weer netjes opgekuisd want eerlang komt het gemeentebestuur van St-Gillis op bezoek. De gebroeders Rosseel hebben steeds plichtsbewust hun vak als mulders uitgeoefend.
Fons stond er op steeds bij de bakkers kwaliteitsbloem te leveren en de boeren te voorzien van de beste gemengde veevoeders.
Alleen het grasveld voor het brede gebouwencomplex is nog de enige getuige waar eens de houten fundamen­ten van de 16 eeuwse windmolen stonden. De tekst op de gevel in de jugendstilletter «Machinale Graan- en Lijn-koekmaalderij Jozef Rosseel-Morcus» wijst op standing in die tijd.
Op die plaats stond eens de rosmolen die nog met een koppel paarden in beweging werd gehouden.

Jef Rosseel, die in Hontenisse het beroep van kastelijn uitoefende in een grote maalderij, kreeg in 1902 van zijn broer Jacobus een seintje dat
«Het Oude Molenhof» van maalder Vael leeg stond. Het was toen reeds eigendom van August Van Haelst, die in de Molenstraat woonde in Kieldrecht. Er werd eerst een pachtovereenkomst afgesloten waarna in 1909 een koopovereenkomst tot stand kwam. Eens dat ook zoon Ward (toen 18 jaar) het molenaarsvak goed onder de knie had, en er ook nog de helpende handen waren van Emma en Maria (16 en 15 j.) koos vader Rosseel resoluut voor een voor die tijd erg revolutionaire mechanische methode van malen. Zij waren toen de enige maalders in het Waasland, waar de molenstenen in beweging werden gebracht door een benzinemotor.
Net voor het uitbreken van de eerste wereldoorlog werd de brandstof «benzine» schaars. In het motorhuis werd een gasketel, een brander voor antraciet en een ketel voor de koeling geïnstalleerd.
Kolen werden met de ontginning van de Limburgse kolenmijnen, een erg goedkope brandstof. En met een voorraad van 40 ton kolen kwam men op de mechanische maalderij van Rosseel heel de oorlog door.
De Molenstraat, de Molenhoek, het zijn nog de enige aanwijzingen dat er ooit een windmolen gestaan heeft. Er was een tijd dat er tussen de eerste en tweede wereldoorlog nog heel wat windmolens bestonden   in het Waasland. De mechanisatie deed evenwel zijn intrede.
De wispelturige natuurkrachten, 'wind en water, werden vervangen door de constante toerentallen van de machine. Jozef Rosseel, de vader van Fons (85 j.) en Jef (83 j.) was rond de eeuwwisseling een van de eerste maalders die van windenergie overschakelde op de (energie) benzinebrandstof en later op de gasmotor, om een serie van drie molens draaiende te houden.
De geschiedenis van de "Machinale Graan en Lijn-koekmaalderij" begint in 1902. Jozef Rosseel (toen 40 j.) ontdekt de leegstaande en wat vervallen wind­en rosmolen "Het Molenhof" aan de Molenhoek van de familie Vael. In 1909 besluit Jozef de overstap van wind en paardenkracht naar de machinepaar­denkracht te wagen. In diezelfde periode koopt hij de molen aan van de toenmalige eigenaar jonkheer August Van Haelst, de broer van de grootvader van Jan Van Haelst. Bij de aanloop van de eerste we­reldoorlog, toen de benzine schaarser en duurder werd, schakelde Jozef Rosseel prompt over op de gasmotor met de goedkopere antraciet als ene­giebrandstof. In 1912 volgt de grote vernieuwing. Wind-ren rosmolen en de houten stallen verdwijnen en het gebouw en kompleks, zoals we het nu ken­nen, wordt dan opgetrokken.

 Al snel raakt molenaar Rosseel bekend in de omstreken omwille van de goede kwaliteit van het gemalen graan. Met respect spreken de gebroeders Fons en Jef nog over hun ondernemende vader. "Vraag liever een paar frankskens meer, maar lever steeds kwaliteitsmeel af, was toen de leuze.
De boeren komen vanuit Moerbeke, Stekene en zelfs van Sint-Niklaas naar Klein-Meerdonk. Jozef Rosseel zet ook nog een eigen verkoopsnet op.
Hij koopt graan bij de boeren en verkoopt het na verwerking weer aan de bakkers.
De zaken gaan goed, dat hij in 1925 de eerste autobezitter van Meerdonk wordt. Hij koopt een vrachtwagen Ford T om zijn waren te verkopen.
Twee jaar later volgt de grote vernieuwing. In 1927 wordt de volledige maalderij bijna geautomatiseerd. Alle oude maalderijtoestellen moeten de plaats ruimen. Hij installeert een nieuwe zeefmachine en een builmolen; er komt ook een 7,5 meter lange as zodat de drie molenstenen, gebouwd op stenen fundamenten, aan elkaar gekoppeld worden. Er worden veiligheidssystemen ingewerkt met belletjes en de maalstenen ondergaan enkele wijzigingen waardoor ze minder vlug verslijten.
Zeefmachine- De gebroeders Fons (toen 18 j.) en Jef (toen 16 j.) werden mee betrokken in het pré-automatiseringswerk dat vader voor ogen had.
Zij streefden er naar om de lastarbeid te verminderen zodat zakken van 80 tot 100 kg met een takel door de zolderval naar de bovenste verdieping werden gehezen. Om hun kwaliteit te handhaven werd een vernuftige zeefmachine geïnstalleerd. Eens de zakken door middel van hefboomsystemen ingekiept, worden meteen het zand en andere verontreinigingen er uit verwijderd en via een buizensysteem naar beneden geleid, tot vlak bij de reuzeweegchaal. In die tijd had de pikdorsmachine haar in­trede gedaan en de boer die het graan bij Rosseel afleverde kreeg na het zeven onmiddellijk het verontreinigd spul onder ogen en dat werd afgewogen. Al naargelang het soort graan of vruchten, zoals zaden of bonen, werd het spul vanuit de zeefmachine langs een buizensysteem naar de spec­fieke molens geleid. Zo was er een molen voor tarwe en rogge, één voor bonen, erwten, maïs enz... en een speciale molen voor (bak-ker)kwaliteitstarwe. Naast de drie molens stond nog een pletmachine opgesteld, speciaal voor havermout.

Na het malen ging het meel met een lift naar boven tot in de builmolen. Een elevator of ook St.-Jacobsladder (band met schepbakjes) genoemd, bracht het meel naar de bovenste verdie­ping. Het is een cilindervormig toestel waarin een zeef met natuurzijde is gespannen. Deze zeef filtert het meel tot bloem en bij Rosseel beschikte men in die tijd reeds over een toestel dat verschillende soorten bloem kon produceren. Dit toestel dateert uit 1927 en was afkomstig van konstrukteur Brunckx & Fils uit Brussel. Elke week werd deze zeef nauwkeurig gekeurd. Een transportschroef zorgde er voor dat de  allerfijnste bloem eerst viel en vervo­gens de zwaardere of groffere soorten (tot 70%) in de laatste zak. Dat was het volkoren meel (in een latere fase nog zemelen genoemd). "In tegenstelling met onze huidige tijd", zo vertelde Fons, "gaf onze generatie de voorkeur aan "wit gebakken" brood, terwijl het "volkorenbrood" toen als minderwaardige kwaliteit werd  aanzien". deze eveneens omgevormd tot een mechanische maalderij.
Dan liggen de activiteiten reeds lang stil en werd de maalderij als monument reeds geklasseerd omwille van zijn industrieel archeologische waarde. Door de vervroegde onteigeningen door DOLSO is daar het dak lek geslagen en geraakt ook de maalderij afgetakeld. Zij is nauwelijks he­kenbaar, terwijl de Meerdonkse maalderij van de gebroeders Rosseel er nog goed onderhouden uitziet.
Fons en Jef zetten de zaak verder en maken de moeilijke oorlogsjaren mee. Het opslaan van 40 ton kolen helpt hen probleemloos door de oorlog heen. Toch probeerde Fons, die op de baan ging, en Jef die de maalderij bestuurde, het steeds nog in de geest van vader verder te doen. In die tijd was ook zus Emma nog erg actief. Jef was ook een self­made man. "We groeide ermee op" herinnert Jef zich, "ik had graag langer naar de school gegaan, maar op mijn dertiende scherpte ik al molenstenen". Op een keer gooide Jef hun Ford automobiel hele­maal uit elkaar en zette hem volgens het instructieboekje goed geolied weer in elkaar. "Dat was de beste leerschool, de praktijk", weet Jef er nog aan toe te voegen. En om te zien of dat we mee waren, reed vader met gans de familie elk jaar naar de Expositie van Brussel om de laatste nieuwigheden te gaan bekijken. We installeerde immers ook de eerste mechanische weegschaal van 200 kg, in die deze eveneens omgevormd tot een mechanische maalderij. Dan liggen de activiteiten reeds lang stil en werd de maalderij als monument reeds geklas­seerd omwille van zijn industrieel archeologische waarde.
Door de vervroegde onteigeningen door DOLSO is daar het dak lek geslagen en geraakt ook de maalderij afgetakeld. Zij is nauwelijks her­kenbaar, terwijl de Meerdonkse maalderij van de gebroeders Rosseel er nog goed onderhouden uitziet.
Fons en Jef zetten de zaak verder en maken de moeilijke oorlogsjaren mee. Het opslaan van 40 ton kolen helpt hen probleemloos door de oorlog heen. Toch probeerde Fons, die op de baan ging, en Jef die de maalderij bestuurde, het steeds nog in de geest van vader verder te doen. In die tijd was ook zus Emma nog erg aktief. Jef was ook een self­made man. "We groeide ermee op" herinnert Jef zich, "ik had graag langer naar de school gegaan, maar op mijn dertiende scherpte ik al molenstenen". Op een keer gooide Jef hun Ford automobiel hele­maal uit elkaar en zette hem volgens het instructieboekje goed geolied weer in elkaar. "Dat was de beste leerschool, de praktijk", weet Jef er nog aan toe te voegen. En om te zien of dat we mee waren, reed vader met gans de familie elk jaar naar de Expositie van Brussel om de laatste nieuwigheden te gaan bekijken. We installeerde immers ook de eerste mechanische weegschaal van 200 kg, in die tijd een unicum in de streek.

In 1950 beslissen de gebroeders de gasmotor met steenkolen te vervangen door een dieselmotor (Ashton Under Lyne, The National Gas Oil Company). Maar van silo's, grotere magazijnen, meer vrachtwagens en knechten willen Fons en Jef niet weten. Ze werkten nog lang met twee knechten, maar toen de concurrentie van (grotere) firma's met goedkopere meelsoorten groter werd, dienden ze ook hun knechten te laten gaan. Fons en Jef besloten in 1975 met de maalderij te stoppen. Alles bij mekaar hebben ze twee vrachtwagens en drie personenwagens versleten. In de maalderij ligt alles nog netjes en zij bewaren hun historische graanmaalderij nog als een relikwie. Alleen het atelier wordt nog gebruikt. Daar staan nog stille getuigen: een zelfgemaakte cirkelzaag, een zelfgemaakte grasmachine, een getransformeerde boormachine, een zakkenmachine enz...
De maalders Rosseel hebben in het Waasland geschiedenis geschreven op het vlak van mechanische maalderijen. Ze hadden hun vast cliënteel, tot de grotere maalderijen met economische technieken en goedkopere producten in grote containers hun intrede doen. De maalderij en de zakkentijd ligt nu reeds ver achter de rug.