Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland




PROSPERPOLDER
GEMEENTE KIELDRECHT EN DOEL BISDOM GENT PROVINCIE OOST-VLAANDEREN
Dagboek van den Eerw.Heer Florimond Van Haelst,  Stichter en eerste pastoor van de nieuwe parochie  PROSPERPOLDER.


De Prosperpolder, groot 1051 Hectaren 5 ca gedijkt door Zijne Doorl. Hoogheid Monseigneur den Hertog PROSPER VAN ARENBERG in het jaar 1857, is gebleven onder de Gemeenten Kieldrecht en Doel (België) en Clinge (Nederland).
Tot het jaar 1900 werd deze eigendom grotendeels door het Doorl. Huis van Arenberg in België geëxploiteerd door vier kapitale hofsteden, genaamd Prosper, Petrus, Engelbertus en Antoniushoef.
In 1898 toen Z.D.H.Monseigneur de Hertog Englebert II van Arenberg eigenaar werd van deze gronden, is onder het hoofdbeheer van de Heer Erman Juliens te Brussel in princiep tot meer verpachten aan derden overgegaan, hetgeen door de Heer Aug.Theod.Rottier te St.Jan. Steen (benoemd als Regisseur in de maand Mei 1900) sterk werd gesteund, en er werd vooruitgezet om het exploiteren in regie van bedoelden eigendom geheel te doen verdwijnen.
Slaan wij een terugblik over de toestand in 1900 dan kan meegedeeld worden, dat er alsdan in Prosperpolder reeds gesticht en in opbouw bevonden 16 hofsteden. In 1900 was er reeds in studie bij de Hogere Administratie het even­tueel bedijken van de voor den Prosperpolder voorliggende schorren. Hier mag gezegd worden dat de Heeren Juliens en Rottier vader, de grote voorstanders ge­weest zijn dezer bedijking, en het bijzonder, aan hun dank, is te wijten door het bestuderen en krachtig aanwakkeren dezer zaak dat Z.E.H.Mons. den Hertog van Arenberg zich bij een bezoek aan Prosperpolder op, eeds gewaardigde zijn grote belangstelling voor dit toekomstig werk te tonen.
Hun ijveren voor de bedijking werd niet onbeloond, en in 1901 werd Z.D.H. Mgr. den Hertog geheeld eigenaar der voorliggende schorren en aanwassen ( tot alsdan in onverdeeld bezit van het Doorluchtig Huis van Arenberg), hetgeen, onnodig te zeggen den eersten stap was tot de verwezenlijking van dit plan.
Het is dan ook bij het hoogvereerd bezoek van Z.D.Monseigneur de Hertog en den Heer Hoofdadministrateur op aan Prosperpolder dat in brede trekken dezen toekomstige eigendom werd besproken. Bij dit onderhoud zette den Heer Rottier vader, zijn voorstel tot verpachting aan derden breed uiteen, en mocht zich geluk­kig voelen Z.D.H.Monseigneur den Hertog van Arenberg en den Heer Hoofdadminis­trateur met dit plan te Zien sympathiseren
Het hoofddoel was dus landbouwers naar Prosperpolder te trekken en zó was het dat de Heer Rottier in overweging gaf middelen te beramen om dezen polder te bevolken. Even wenen wij aan te stippen dat het middelpunt van Prosperpolder, omstreeks een uur en half der dorpen Kieldrecht, Doel en Nieuw Namen is ver­wijderd.
Het eerste doel was dus te trachten dat de katholieke bevolking van den polder gemakkelijk zijn godsdienst plichten zou kunnen vervullen. liet voorstel van den Heer Rottier kreeg levensvatbaarheid om een tijdelijke noodkerk in Prosperpolder te zien verrijzen.
Vooraleer verder te gaan aan deze beschrijving wensen wij een duur­zame plicht te vervullen door te zegen: "Het is alsdan dat Z.D.H.Mons. de Hertog van Arenberg heeft gelegd den grondsteen van deze Parochie, waarvoor ten allen tijde eerbiedigen en verkleefden dank voor het geplante Heilig Kruis in deze afgelegen Polderstreken aan het Doorluchtig Huis van Arenberg zal gebracht worden.
Dan ... werd op de hoofdadministratie te Brussel besloten dat de bedijking van den nieuwen Polder onder het bestuur van den Heer J.L. Van Wuyckhuisen te Middelburg in den zomer van 1904 zou plaats hebben, In het najaar van 1903 werden de onderhandelingen aangeknoopt met Z.D.H. Monseigneur Antonlius Stillemans, Bisschop van Gent, om tijdens de bedijking voor het werkvolk 8 à 900 man)een priester naar Prosperpolder te zenden, ten einde aan deze mensen gelegenheid te geven hun godsdienstplichten te vervullen.
Hoog verblijdend was het teken dat Monseigneur de Bisschop van Gent,zijn hoogste sympathie voor deze zaak van begin af betoonde. In Februari 1904 was het zeker dat een priester voor dat edel werk was toegestaan, en aanstonds werd de oude melkerij als voorlopige pastorij en het aanhangende gebouw ( machinezaal) als kapel in gereedheid gebracht. Op 20 April kwam de heugelijke tijding dat de eerw. Heer FLORIHOND VAN HAELST, onderpastoor in 0.1-Vrouw-kerk te St. Niklaas, een van ouds gekende landbouwersfamilie van Kieldrecht, het priesterlijk ambt als geestelijke bestuurder in ons midden zou komen, uitoefenen.
Onnodig te zeggen de grote vreugde die heerste in Prosperpolder bij de ontvangst van het  blijde nieuws dat Monseigneur Stillemans een priester voor de polderstreken, zoo afgelegen en verlaten, had aangesteld. Onmiddellijk werden dan ook de nodige middelen beraamd om den eredienst te kunnen doen geschieden en een verblijf te verstrekken aan den Eerw.Heer Van Haelst die zou toe­komen op 7 Mei avond.Prosperhoeve, in de omstreken bekend als Grote-Hoeve, die vroeger gebruikt
werd voor in eigen beheer te exploiteren drie honderd hectaren grond van Prosperpolder bestaat primitief uit:
Een woonhuis met bijgebouwen vroeger dienende tot herderskeet alwaar thans den Beheerder van den polder zijn verblijf heeft
Drie grote schuren met een schaapstal " verbouwd in woonhuis”: en den zogenaamde hengstenstal, ook van bestemming veranderd, in woonhuis.
Deze vijf ge­bouwen zijn in twee pachthoeven nu veranderd.
Er blijft dan nog over de zogenaamde melkerij, die bestemd is geworden voor voorlopige woning van den priester. Daaraan is aangebouwd een stenen gebouw dienende voor stookplaats van het voeder der paarden, der schapen enz.., nog machineplaats genaamd,  de verschillende machines voor het bereiden der veevoeders en melkerij daar door een stoommachine in werkbeweging werden ge­steld. Om u een gedacht te geven over de belangrijkheid van de primitieve Groote hoeve zij  het genoeg hier te zeggen dat na dat in bovengemelde machinezaal de veevoeders werden bereid en gereedgemaakt, zij van daar uit met wagonne­tjes op rails naar de dieren in de betrokkende gebouwen vervoerd werden. Geheel de hofstede is in haar geheel blijven bestaan, alleen zal de vroegere bezoeker bemerken dat de hoge stenen schouw staande nevens de Melkerij is gesloopt geworden. Dank de milde tussenkomst van Z.D.H. den Hertog van Arenberg werd deze machineplaats in minder dan een maand herschapen in voorlopige kapel, en de vreugde was op al de aanwezigen hun gelaat te lezen, toen de eerste meubelen van het kasteel van Heverlé voor deze kapel bestemd, per landbouwwagens van de statie Clinge-Waas gehaald, en op Prosperhoef werden gelost. Den 20 sten april 1904 werd den Eerw. Heer Florimond Van Haelst als geestelijken Bestuur­der van Prosperpolder. benoemd. Zaterdag 30 April wijdde hij de kapel voor den eredienst in; daarbij was onder andere aanwezig den zoon van den Beheerder Mijnheer Alois Rottier, die den Eerw. Heer Bestuurder bijstond met wijwater en meer te dragen. Den 1ste  Mei 1904, een Zondag werd de eerste Plechtige Mis ten half 10 ure uit dankbaarheid opgedragen. Den Heer Gustaaf Feremans, met een koor van zangers van Kieldrecht
( allen vrienden en kennissen van den Eerw. Heer Bestuurder) was de plechtigheid door zijne tegenwoordigheid komen opluisteren. Hoe allen zich gelukkig gevoelen den eredienst in Prosperpolder te zien opgericht bewijst de grote toeloop van volk. Banken en stoelen uit de naburige woningen werden met de grootste bereidwilligheid naar de kapel gebracht om zitplaatsen aan de gelovigen te kunnen verschaffen ( de stoelen waren de drie eerste Zondagen nog niet toegekomen).
De families van de Beheerder en van den priester woonden deze plechtigheid bij en eigenaardig was het te zien na afloop van den dienst, hoe de bevolking en de polderwerkers der bedijking, zich rond den Heer Rottier, vader, schaarden om de woorden van hun dankbaar hart te uiten dat zij thans eek een priester mid­den hen hadden, en ene hulpkerk hoe eenvoudig ook, om hun zondagsplichten te vervullen. Echt geleek immers in het begin ons kerkje aan een stalletje van Betlehém.
Het enige kerkversiersel van, het aldaar die nu nog dient voor de zegening met het Allerheiligste Lij gelegenheid van de Groote Processie.
Den Eerw.Heer Bestuurder had zijn Mariabeeld van zijn huis in de kapel geplaatst tot uitstelling van O.L.Vrouw tijdens de Meimaand,
Na de Heilige Mis op 1ste Mei 1904 zond de heer Rottier een telegram van dank en hulde aan het Doorluchtig Huis van Arenberg dat onmiddellijk door tussenkomst van haren geachten Heer Hoofdadministrateur Mijnheer Juliens antwoordde, meldende de blijde instemming met verwezentlijking van zoo heugelijke gebeurtenis. De gewisselende telegrammen luidden als volgt: " Geestelijke Bestuurder,Familie Rottier,polderwerkers, inwoners van Prosperpolder en omliggende, brengen hulde en dank aan het Doorluchtig Huis van Arenberg, en bij gelegenheid van d' Eerste H.Mis alhier gecelebreerd in de voorlopige kapel, richten hun vurigste gebeden ten hemel om heil en zegen voor Monseigneur den Hertog en Doorluchtige Familie, die de eredienst alhier heeft ingericht" Get. Fl.Van Haelst, Aug.Rottier
"En 1' absence de Monseigneur le Duc d' Arenberg, 1' Administrateur a 1' honneur d' etre chargée de Vous exprimer tout le prix que la Sérénissime Maison attache aux prières que Vous et les fids'.1es avez adresSées à son intention á la Providence hier á 1° occasion de la premire Mesle celebrée en la chapelle Saint Engelbert, et de Vous eire les voeun qu'Elle forme pour la mission confiée a votre direction procure aux habitants du Prosperppolder tout le bien et tout le bonheur espérés". Get. Juliens.

Deze eerste plechtige dankmis werdt bijgwoond door een buitengewone toeloop van volk. Ontvangen werd een stoelgeld ven 6.70 fr. Kerkstoelen echter waren er dan nog niet. Lang zal in het geheugen blijven de preek ter dier gelegenheid door den Eerw.Heer Van Haelst gehouden: imners hij zegde ons ,onder andere: " Zijt gij verheugd en dankbaar, dierbare kristenen, dat het doorluchtig Huis van Arenberg U een priester door tussenkomst van Mgr.Stillemans, Bisschop van Gent heeft doen verkrijgen, begrijp dan dat ik tot U gekomen ben om U ter zijde te staan zoveel mogelijk in uw stoffelijke belangen, maar vooral om U in uw geestelijk leven te helpen, riet voor U te bidden, U te onderrichten in de waarheden van ons geloof,
in de plichten van uwen staat, in uw plichten jegens uwe evenmens en jegens God en steeds U ter zijde te staan door woord en daad om u te helpen brengen tot het grote doeleinde van ons leven, namelijk de zaligmaking uwer zielen."- Wij willen niet nalaten een kort woord te zeggen over de voorlopige huisvesting van den Eerw.Heer Van Haelst, namelijk hij woonde tijdelijk samen in den bouw Melkerij genaamd, met de pachter Gustaaf Pauwels, die maar in de maand december)er van dat jaar zijn nieuw woonhuis "vroeger Hengstenstal" op de Prosperhoeve, ging bewonen.
Een oud spreekwoord zegt: ":hoe meer zielen hoe meer vreugd" maar wij zullen niet breder moeten uitwijden over de voldoening die de Eerw.Heer Bestuurder maakte toen de brave pachter vertrok en hoe hij te recht kon zeggen, nu begint mijn eigen huishouden en verklaarde " Eigen haard is gouw waard".
De 1ste Mei 1904 dus is de datum van en oorsprong van de geestelijke oefeningen, en het geestelijk leven dat voortaan ook in de afgelegen Prosperpolder zal gaan geschieden. In de beginne bepaalde zich de Eerw.Heer Bestuurder' der met des zondags twee Heilige Missen op te dragen en in de week een gele­zen Mis. Natuurlijk werd de Mis tijdens de week weinig bezocht; immers zoals ik later meedeel, bepaalde zich de bevolking van Prosperpolder op 1ste Mei, bij een zeer klein getal hofsteden, en 't volk dat aan de bedijking werkte, kon na­tuurlijk niet naar de kerk komen. Wie ik altijd in de H.Mis aanwezig zag, was de, achtbare Familie Rottier, als wanneer zij op Prosperhof aanwezig was. In die tijd immers verbleef bedoelde familie Rottier te St.Jan Steen, en de kinderen kwamen gedurende de week te Prosperhof 't bureelwerk dat de Regie van Prosperpolder meebracht verrichten.
Mijn eerste misdienaar was Theodoor Vercruyssen van Kieldrecht, die de eerste week van zijn verblijf alhier dagelijks de h.MiS kwam dienen, en ook  de opleiding geven aan twee jonge knapen hier uit de gebuurte namelijk Alphons Poppe, zoon van Louis Poppe, de smid van Prosperpolder en... een jong knecht­je bij den wagenmaker Cyrille Poppen De tweede Zondag van Mei waren mijne twee jonge misdienaars in functie; was 't hier om 't latijn van den priester te beantwoorden, toch ten minste om aan het altaar, als figurant misdienaars te functioneren, 't boek over te dragen en de bel te hanteren zoals weinige misdienaars uit de stad het zouden doen. " Dit laatste " de bel klinken" deden zij daarom het liefst, en stonden gereed toen het ogenblik gekomen was "hun geliefkoosde oefening te doen.
De tweede en derde zondag van Mei wederom zeer veel volk. Het geen mij en ook de bevolking ten zeerste tegenviel en ook ten zeerste vreemd voorkwam, dat was, van om halftien,in de plaats van een gezongene plechtige Hoogmis te kunnen doen, ik mij verplicht vond, bij gebrek aan parochianen en organist, een gelezen Hoogmis te moeten doen.
Die toestand kon niet langer duren, ook besloot ik direct Mijnheer Gustaaf Feremans, gediplomeerde koster, verblijvende te Kieldrecht, aan te spreken, om zo mogelijk toch de Zondag van Kieldrecht naar hier te komen om de Hoogmis met harmonium en zang te begeleiden en op te luisteren.
Mijnheer Feremans, die een vriend en goede kennis was, was direct met mij  akkoord; hij zou drie frank ontvangen, verder bij mij dineren.
Onmiddellijk werd een harmonium aangeschaft, gelegenheidsharmonium, door mij aangekocht voor 550 fr. bij den Eerw. Heer Van Bellingen, pastoor te Meerbeke ( bij Ninove) en reeds den vierden zondag van Mei was 't in Prosperpolder gesteld zoals in alle parochies, namelijk werd de eerste Mis gelezen en de Hoogmis gezongen. Mijnheer Feremans werd direct als onze kosten aanzien en ook getituleerd, en dit deed de mensen tot 't gedacht komen, ook al tijdens de week, een gezongene Mis te bestellen.
Natuurlijk moest ik de aanvraag doen in het Bisdom en op het bevestigend antwoord van Monseigneur, had ik de voldoening op den 1ste zondag van Juni aan de gelovigen mee te delen:
  1. Dat tijdens de week drie Missen door pachters besteld alhier zouden ge­zongen worden.
  2. Dat van den eersten Vrijdag van Junimaand alhier ook de heilzame en schone oefening van de generale communie van de eerste vrijdag ter ere van het H. Hart zou ingericht worden
  3. Dat van den eersten vrijdag der Junimaand er middel zou geweest zijn
te biechten te komen en te communiceren in onze kapel van Prosperhoef.                    
Tot thans toe bij gebrek aan biechtstoel, tabernakel en communiebank, was dit
niet mogelijk.                                                                    
  1. Dat voortaan ook alhier alle Zondag en Heiligdagen 's namidags Vespers en Lof zouden gezongen worden.
De communiebank heb ik mij aangeschaft te Vrasene in het klooster, waar men een nieuwe had aangekocht en waardoor ik prijselijk (30 fr.) dit onmisbaar meu­bel kon krijgen. Biechtstoel en Tabernakel werd door Mr.Henri Rijckaert van Nieuwkerken gemaakt.
De lste vrijdag en 2de zondag van Juni had een groot getal gelovigen en polderwerkers van deze toelating reeds gebruik gemaakt om voor de lste maal in onze primitieve kapel te biechten te komen en te communiceren.
Mijnheer Gustaaf Feremans, die dienstdoende koster benoemd, nam het ten zeerste van harte om onmiddellijk enige landbouwers en landbouwerszonen wat kerkzang aan te leren„ en weldra waren wij zij goed in hunne nieuwe functie. geoefend, onder de verstandige opleiding van ,de koster dat onze hoogzaal ten minste zo goed op de hoogte was als dat van vele buitenkerken. Telkens als er een gezongen Mis was kwam den koster den vooravond bij mij logeren om als dan repetitie voor de zangers van het hoogzaal te geven.
Wat alsdan in de kapel nog ontbrak was een kruisweg, ook toen ik in het kloos­ter van Vrasene de communiebank had aangekocht, vernam ik dat er onder het dak nog een oude kruisweg was geremiseerd. Ik ging dan zien en dat was een kruisweg. Zeer beschadigd en met Franse opschriften.
De Eerw. Moeder Overste mijn toestand kennende schonk hem als cadeau aan onze kapel, aanstonds deed ik hem inpakken, verzenden, herstellen en opkuisen en de eerste zondag na Sinxen op 17 Julie 1904 kwam den Eerwaarden Pater Evarist Minderbroeder van het klooster van Lokeren alhier de kruisweg inwijden en het Broederskorps van de wekelijkse kruisweg inrichten. De gelovigen en de polderwerkers waren op mijn uitnodiging in groot getal opgekomen om die plechtigheid, die tussen Vespers en Lof geschiedde, bij te wonen.
Natuurlijk was ik aangesteld vooreerst om de geestelijke belangen van het werkvolk dat aan de bedijking van den Hedwigpolder werkte te behartigen; ook was mijne dagelijkse bezigheid een bezoek te brengen aan het werk, mij onderhouden met die verschillende werkmensen, nu bij deze ploeg, dan bij een andere, dan een bezoek brengen bij de vrouwen en de kinderen der ploegbazen die de keten bewoonden.
Dagelijks dan had ik een aangename wandeling van Prosperhoef naar het werk, langs waar ik dan kuierde, dan alleen dan wederom met kennissen of vrienden, of vreemdelingen die ik daar alle dagen aantrof en die bij honderden die grootse en belangrijke werken kwamen afzien. Met de bazen en de ondernemers van het werk kwam
Ik weldra in goede kennis en betrekking, en zo vond ik dagelijks ene aangename verversing en verfrissing in de aannemers keet, en kon ik een aangenaam praatje doen over het nieuws dat zo op he werk al was.
En zo ging de dag in, en de dag uit, en alhoewel zo in eens van uit Sint Niklaas tot in de eenzamen Prosperpolder verplaatst, was ik het hier gewend zonder dat ik het wist, en de dagen vervlogen, en de weken passeerden veel te snel dan ik het begeerde.
Ik heb daar hoger vernoemd dat ik ook de keten op tijd bezocht, hoewel ja en ziehier hoe die keten zoal waren ingericht. Er waren drie groepen keten die men ook strooidorp noemden, omdat die groepen keten bestonden uit n hutten waarin het werkvolk woonde en den nacht doorbracht. Elke strooien keet, dat geheel eenvoudig een strooi dak was op de hoogte van de grond opgetimmerd met een ingangsdeur en die de grootte had om 24 man te logeren. Binnen die keet was een klein afzonderlijk kamertje gemaakt voor den ploegbaas en familie, vrouw en kinderen; verder was er aan de ingang van de keet, een soort grote ketel of fornuis voor den koffie op te schenken,en pailasse par terre, twee rij­en slaapgerief, waar langs eiken kant twaalf personen nevens elkander konden rusten tijdens den nacht. Hun bed was strooi en met een laken en deken gedekt. Dat was zo al het geen in elke keet te zien was; en zo was er een groep keten opgericht in de Petrusstraat, een groep achter de hofstede van Petrus Roek en een groep in den uitersten hoek van Prosperpolder op den kavel van Alphons Van Mol. Ieder groep keten geleek een echt strooien dorp dat ons een gedacht gaf van het geen moet zijn in Congoland, de dorpen van de zwarte Congolanders; ook noemden ze die groepen strooien dorpen , of Congodorp.
De vrouw van de ploegbaas moest voor het eten zorgen van de 24 man die elke keet bewoonde en met de middag moest zij ook zorgen dat zij kinderen had om het eten van de keet naar het werk over te brengen. Hierin bestonden enige zichtkaarten van het geen de bedijking zo al meebracht; onder andere een groep kinderen die gereed stonden om het middageten weg te dragen.
Met enige keten en strooidorpen te bezoeken vernam ik dat er in ene keet een  huisgezin was,waar een meisje van 14 jaar en een jongen van 16 jaar, Petronella en Leonardus Langenberg, geboren in de voorsteden van Rotterdam, hun eerste Communie nog niet gedaan hadden. Natuurlijk was mijn eerste werk, als direct naar de keet te gaan, waar de familie Langenbergh in woonde, kennis gemaakt met de ouders en de familie, een huisgezin van tien kinderen en het geval werd besproken. De Ouders die brave werklieden waren, maar die jaarlijks met hun gezin de bedijking der polders in Holland opvolgden, nu hier,  toekomende jaar ginder, dus altijd ver van kerk en parochie verwijderd waren,  gelukkig hier toch eens in de gebuurte van een priester aan te treffen,  verlangden niets beter dan dat ik ij zou gelasten hunne twee kinderen te, onderwijzen en op te leiden tot de Eerste Communie.
Natuurlijk was ik gelukkig die medewerking en goede gesteltenis der ouders te ondervinden; ook werd er beslist dat elke avond na het werk de twee kinderen; bij mij zouden komen om het nodige onderricht te ontvangen. Een dor en lastig werk, terwijl bedeelde kinderen, geen A uit een B kenden, maar toch een troos­tend en bemoedigend werk, inziende de edele bedoeling van dat werk, en in de mate van hun mogelijkheid, den goeden wil der jonge lieden. De eerste Commu­nie werd vastgesteld op den 8ste September 1904,feest van O.L.Vrouw Geboorte, en opening van het Jubilé toegestaan door zijne Heiligheid Paus Pius X, en onder de vroegmis naderden de twee eerste Communiekanten met hunne Ouders en zag zes andere kinderen der familie Langenbergh de H.Tafel onder de indrukwek­kende ingetogenheid, en de instemmende gevoelens van al de aanwezigen.
Een omstandigheid dat hier volgt werd uitgevoerd door de zangers van het Hoogzaal:

0 Goddelijke Jesus
Uw lichaam en uw Bloed
Heeft hun voor d' eerste male
Gespijzigd en gevoed.
Refrijn: Wat zijn zij nu gelukkig
wat is hun herte blij
0 Jesus blijf hun bij.

II
Gij mini het kinderharte
Vol liefde voor het goed
Als eenontlooken roosje
Zo geurig en zoet.

III
Gij’ mint   het kinderharte
Dat aan uw hart gelijkt
En rein zooals de zonne
Die'ean de hemel prijkt.
Gedenkt steeds lieve kleinen
Dat in dit kerkje rein
Voor d’eerste maal uw Jesus
Bij U heeft willen zijn

De Familie Langenbergh werd bij mij 's morgens en 's middags aan tafel genodigd. Hoe gelukkig die brave eenvoudige werklieden waren, zo een gelukki­ge dag in de pastorij te mogen doorbrengen met hun familie, hoeft niet ge­zegd te worden, ook na het Lof  toen ik de eerste Communiekanten hun gedach­tenis hun eerste Communie overhandigde, hadden de gelukkige Ouders geen woorden genoeg om mij te bedanken, en vroegen mij wederkerig te willen aannemend een portret van hun twee eerste Communiekanten als blijvende gedachtenis, van dit oprecht aangenaam en welgelukt feest. Wat mij onder andere had aangespoord om den eerste Communiedag van die kinderen vast te stellen op 8ste September weg de omstandigheid dat juist die dag het Jubilé geopend werd van 0.L.Vrouw onbevlekt ontvangenis. Er was een Jubilé afgekondigd van 8ste September tot 8ste December 1904 bij gelegenheid van de 50ste jarige vaststelling van het geloofspunt der onbevlekte Ontvangenis van 0.L.Vrouw.
's Avonds 7ste septembter ten zeven uur werd het Jubileum aangekondigd door het geluid der klokken. Voor d' Hoogmis " Veni Creator" Na 't Lof:
"Te Deum"' In verband met het te winnen Jubileum, tad ik in 't Bisdom aangevraagd of de in­woners van deze gebeurtenis in onze kapel hun Jubileum konden winnen en als antwoord had ik ontvangen volgende verklaring:
" Op ene afstand van 12 minuten, een kilometer, van St.Engelbertus kapel op Belgisch grondgebied, 't is te zeggen, op het grondgebied van het Bisdom Gent mogen de gelovigen die kapel aanzien als hun proostdij kapel, en er bijgevolg het Jubilé verdienen. De polderwerker kunnen er ook hun Jubileum verdienen. Deze belissing moest ik meedelen aan de Eerw.Heeren Pastoors van Kieldrecht en Doel, wij1 voor dien maatregel er een gedeelte hunner parochianen in onze proostdijkapel het Jubileum konden houden.
Het Werkvolk van de bedijking kon dan ook in onze kapel het Jubileum houden, ook was het mij zeer troostelijk te ondervinden hoe een groot getal van deze mensen mijne uitnodiging beantwoordden, en tot stichting en goed voorbeeld van de bevolking van Prosperpolder tot de H.Sakramenten naderden om het afgekondigd Jubileum te winnen. Don donderdag, 8ste december, Feest van 0.L.Vrouw  Onbevlekte Ontvangenis sluiting van het Jubileum.
Bij die gelegenheid waren er nog een groot aantal personen tel biechten en te Communie gekomen en 's avonds zoals het ten andere in alle kerken van het Bisdom bij die omstandigheid was voorgeschreven, plechtig Lof, waarbij algemene verlichting binnen en buiten de kapel. Het was ook toverachtig zo in onze afgelegen polder, de kapel in een gloed van licht te zien uitschijnen Ook was die avond hier iedereen te been, om de verlichting, te komen bewonderen en Stanislas de Wilde die aan de inkom van de Prosperhoeve, een kleine houte staminet had opgericht, zegde mij met voldoe­ning na afloop, der feestelijkheden, dat die avond voor hem, een ware kermisavond was geweest;
A propos van Stanislas De Wilde, dat was de opperpaardenknecht van pachter Gustaaf Pauwels, die de Prosperhoef bewoond en terwijl bij de opening van de kapel 1ste Mei 1904 er gene Estaminet was in geheel de gebuurte, zo vatte hij het gedacht op in de schuur die uitgeeft op de uitgang Van de kapel, hier te tappen. Voor, en na de Mis immers is het een gebruik in de polderstreek dat de bevolking ook een bezoek
brengt aan de herberg, ook was de nieuwe eigen­aardige Estaminet reeds van de eerste zondag druk bezocht, en de toeloop in de enige herberg aan de kapel nam maar gedurig toe. Toen het Oktober werd en bijgevolg het te koud begon te worden in onze, primitieve herberg of hotel met open deuren, timmerde Stanislas De Wilde een houten barak op en later bij venditie van de, keet die bewoond was tijdens de bedijking door de aannemers en bazen van het werk, kocht Stanisias De Wilde bedoelde keet, en richtte ze op aan de ingang van de Prosperhoeve waar ze thans nog bestaat en ze bewoond is door den gareelmaker Hypoliet De Guytenaer.
Stanislas De Wilde zijn zaken hadden er zo goed geprospereerd, in zul­ke mate had hij de genegenheid en het vertrouwen van onze bevolking weten te winnen dat bij de opening van onze nieuwe kerk "September 1911" hij een voorname Estaminet, nu in steen, had kunnen oprichten waar hij thans nog woont en plezierig door de tijd komt.
Den 21 juli 1904 was het een heugelijke dag voor de polderstreken, in aan­wezigheid van den heer Van Wyckhuizen, architekt de bedijkingswerken, met zijn jacht de Zeemeeuw alhier toegekomen, van het bestuur der aannemers, de Heer Aug Rottier vader, de familie Rottier, ik was ook van de genodigden, werd de laatste opening van de nieuw gemaakten dijk gesloten en zo geschapen de HEDWIGPOLDER, die aan het Doorluchtige Huis van Arenberg ruim driehonderd hectaren nieuwe krachtige poldergronden bijwerfde. Bij laag water in de namiddag om drie uur, werd de laatste opening met alle kracht van werkkrachten gedempt. Daarna algemeen verlof; het werkvolk ging huiswaarts zich verzetten onder een, en de hogergenoemde uitgenodigden, ontvangen op een fijn souper in de aannemerskeet. Op het welgelukken van het werk menig toost ge­daan en menig schuimende beker geledigd.
Hoewel de bazen en ondernemers van hett werk van Prostestants geloof waren, was ik als katholieke priester in de beste betrekking met hen; allen eerbied en achting werd mij betoond en zelfs na enige weken na onze kennismaking, op het werk, werden wij goede vrienden; menige fijne hollandse sigaar, en schiedammerdruppelke hebben wij samen genomen, en zelfs in de wintermaanden van het jaar 1904-05 hebben wij dikwijls gezellig onder het spelen van de kaart, dan bij mij, dan in de ondernemerskeet den avond doorgebracht.
Op late September 1904 werd Mijnheer Joseph Rottier, zoon, als toegevoegd beheerder van Prosperpolder benoemden kwam definitief met zijne twee zusters de Juffrouwen Josephine en Anna 't huis van Prosperhoef bewonen. Die omstandig­heid was mij ten zeerste aangenaam,terwij1 ik hierdoor in mijn onmiddellijke gebuurte ( ons huis paalde aan elkander) een brave christelijke geschikte Familie aantrof waar een priester altijd welkom was en die het begin was, van die zeer vriendelijke betrekkingen die ik sedert dien met de achtbare familie Rottier altijd heb gehad. In het jaar 1904 was Prosperpolder ook nog zeer weinig bewoond. De groothoef bestond toen, gedeeltelijk gebruikt door Gustaaf Pauwels. De Hollandsche Hoef bewoond door Joseph Pauwels.
De Josephhoef be­woond door Désiré Van Mol. De Antoniushoef bewoond door Alphons Van Mol. De Carolushoef door Theodoor Schillemans. Verdere de hofsteden van minder belang bewoond door de families Van Roeyen, Frederic Adriaensens en August Deckers, de hofsteden van Joseph Gillis, Petrus Verdickt, Alfons Van den Berghe, Frans Goossens, Petrus Roels.
Die hofsteden, uitgenomen de Hollandsche Hoef was al het geen er hier op Belgisch grondgebied bestond.
Men had een smid en wagenmakerij bewoond door Louis Poppe en Cyriel Poppe aan het kruispunt van Petrus en Hertog Prosperstraat en hier en daar nog een hofstede op hee Hollands grondgebied van Prosperpolder.
Daar de bedoeling van de administratie van het Doorluchtig Huis van Arenberg was meer bevolking in Prosperpolder te brengen om zo doende den Hedwigpolder; en Prosperpolder te kunnen doen exploiteren, niet in regie, maar door verschillende nieuwe te stichten hofsteden en woningen, zo begon men reeds in Oogst 1904 met zes werkmanswoningen te bouwen waaraan aan elke woning een hectare polderland werd in pacht bijgevoegd. Vier van die woningen in de Petrusstraat, twee in de Carolusstraat.

1905
Met nieuwjaar werd er besloten onder de leden van het hoogzaal een maatschappij ST.Cecilia te stichten, waardoor ook Ereleden " Zie Standregelen van St.Ceciliakoor" werden toegevoegd. De maatschappij is als 't ware 't centrum geweest, waaruit later vele andere stichtingen die op de parochie bestaan, zijn voort gevloeid. Op Donderdag 5de Januari: feest van St.Cecilia koor. Om 9 uur werd er een solemnèele dank en smeekmis gezongen voor de Doorluchtige Familie van Arenberg, waarin al de leden van St.Ceciliakoor aanwezig waren. Na de Mis een omstandigheidslied gezongen door de leden van het hoogzaal.
Dat omstandigheidslied dat ik fier laat volgen en als het ware nu het eigenaardig lied is van Prosperpolder, is gedicht door Mijnheer Jos.Vaerendonck en getoonzet door Mr.Feremans, koster.
( Nota: Het lied is niet te vinden in de dokumentatie)
Na de Mis bezoek gebracht aan de herberg van de verschillende leden die deel maakten van de maatschappij St.Cecilia, 's middags zeer smakelijk en gezellig gedineerd; kortom den dag ondereen in verzet en broederlijkheid, zoals het past, doorgebracht. Er werd besloten den jaarlijkse teerdag van de maatschappij op dezelfde wijze te vieren, en jaarlijks te houden in het begin der Nieuwjaarsmaand; op dit tijdstip is er minst werk onder het geboerte, en is dus hier ter plaatse de geschikten tijd om zo een feest te leggen.
Op Zondag 1ste Mei 1905,ter gedachtenis der opening van de kapel en van de opening der godsdienstoefeningen in Prosperpolder, plechtige dankmis opgedragen. 's Anderendaags, ook om 9 uur ook een plechtige Hoogmis gedaan waarin de inwoners van Prosperpolder en omliggende nogmaals aanwezig waren.
Bij de herinnering van den verjaardag van de stichting onzer kapel is zo ook geworden de Kermis van Prosperpolder. Na de Mis dus hebben de mensen ondereen, op een aangename wijze die dagen in feest doorgebracht.
Mei 1905.- Om te voldoen aan het verlangen van de gelovigen heb ik mij in het Bisdom aangeschaft verschillende relikwieën die thans in ons midden berusten, om die telkens zondag, zoals op andere parochiën, aan de verering van de gelovigen te worden voorgesteld.
Aankoop van kruis en vaandels om de processie op St.           en Kruisdagen te kunnen houden.
lste Zondag Mei: Wijding van het schone Mariabeeld, geschenk van Zijne Doorluchtigé Hoogheid conseigneur de Herto van Arenberg.
lste Zondag Juni: Wijding van 't beeld van 't H.Hart van Jesus, pendant van 't Mariabeeld,geschonken door de steun van verschillige edelmoedige zielen. - Ook nog geplaatst en gewijd in den loop van 't jaar 1905 een prachtig beeld van den H.Joseph en de beeltenis van O.L.Vrouw van Altijd durende Bijstand, die thans in de nieuwe kerk op het altaar van O,L.Vrouw geplaatst is.
St.Pietersdag: Feest in Prosperpolder bij gelegenheid van het gulden Jubel feest der Echtgenoten Dom. De Block-Verbraecken. Het Muziek van Grauw was het feest komen opluisteren. Hierbij gevoegd 't programma der feestelijkheden .
Einde van het jaar 1904 waren de bedijkingswerken van den Hedwigpolder ver voltrokken, ook omstreeks December bleven er slechts een honderd polderwerkers nog over, die tijdens den winter gebruikt werden om de straten van den Hedwigpolder aan te leggen,  dijksloten te graven,kavelsloten te graven, en andere grond­werken te verrichten; in den loop van den zomer werden de hoofdstraten bekalseid ( of verhaad met keien)    en omstreeks St.Pieter of begin Julie 1905 werd deze kostelijken poldergrond, thans op de zee gewonnen, door de landbou­wers van Prosperpolder voor de eerste maal beploegd. Dit werk was zeer lastig en moeilijk voor mensen en voor dieren, uit oorzaak van de ongelijkheid van den grond in een pasgedijkte polder, die zo als een schor door killen en door guelen, in alle richtingen is doorkruist. Tijdens de maand augustus was den Hedwigpolder reeds bebouwd land en werd geheel die oppervlakte,350 Hectaren, door de zorgen en voor rekening van de Administratie van het Doorluchtig Huis van Arenberg, bezaaid met koolzaad.
Als de grote massa werkvolk was vertrokken, was ook als het ware mijn zending hier voleindigd; hiervoor ging ik dan ook kennis geven aan het Bisdom, waar men toen het besluit nam dat ik tot later orders maar in Prosperpolder mocht blijven. Natuurlijk zou nu de kapel, niet meer zoveel te klein zijn zoals in den loop van de zomer ( toen immers zaten de mensen letterlijk opeengetast en gelukkig dat men met open deuren kon mis doen, zodat er nog zeer veel van buiten de Mis konden bijwonen ) doch stillekens aan begonnen de mensen van het omliggende zich zodanig hier te gewennen dat van Prosperpolder Nieuwe Arenberg, Flieren Hoek, Rapenburg en Ouden Doel, er bijna niemand meer ­naar Kieldrecht of Doel naar de kerk ging.
Die mensen dus die waren ten zeerste gelukkig met Nieuwjaar 1905 van mij te kunnen vernemen dat ik nog altijd midden van hen mocht blijven, en dat de goddelijke Diensten in de kapel van Prosperpolder konden blijven voortgaan.
Ik persoonlijk was ook ten zeerste in mijn schik met die maatregel omdat ik in Prosperpolder oprecht gelukkig was en men in het Bisdom mij de hoop reeds had gegeven dat het niet uitgesloten zou zijn stillekens aan, mogelijks van Prosperpolder een proostdij of mogelijk een parochie te vormen.
In die toestand begon en ging 1905 voorbij.
Ondertussen had in den loop van dit jaar toch wederom zijn werk. Het was immers het jaar dat ik mij moest aanbieden om mijn examen te doen in oktober voor de vernieuwing van de jurisdictie; ik heb dan ook indien zomer goed gestudeerd, omdat ik ten eerste veel tijd had, en ook omdat ik ( wetende dat men in 't Bisdom hier ook op de hoogte van was) eer wilde doen aan mijn zaken. Op de dag van mijn examens had ik nog bijna een ongeluk. Immers toen ik aan het Smisken kwám, waar ik de eerste tram moest hebben om bij tijds te Gent te kunnen komen, stond ik niet weinig verbaasd te vernemen dat de tram reeds 10 minuten was ver­trokken. Wat nu gedaan: de tram inhalen kon niet meer; naar huis terugkeren was een dommigheid, terwijl ik mijn Overheden toch moest inlichten, en kwam ik op 't examen niet, zou ik mij moeten verantwoord hebben, en al mijn studeren in 1905 diende voor niets. Gelukkig kwam mij het gedacht dat ik nog de trein rond alf acht te Clinge zou kunnen hebben. Aanstonds dan van 't Smisken met ons rijtuig voortgereden zoveel ons paard maar lopen kon naar Clinge, waal ik gelukkig toekwam de trein te kunnen nemen voor St.Niklaas. In Sint Niklaas ontmoette ik verschillige collega's met wie ik naar Gent afreisde, en die niet weinig met mij zwanste, omdat ik, die nu bijna twee jaar de pastoor van Prosperpolder werd genoemd, nu gelijk een kleine onderpastoor naar het examen moest gaan. Enfin zij lachten dien dag eens goed over het voorval van het deze morgen en over de anormaliteit van mijn toestand: In Gent dien dag immers was ik op 't Examen als een onderpastoor en in Prosperpolder waar de mensen mij pastoor noemden,  was ik feitelijk niets. Pastoor was ik in de verste verte niet. Proost was ik evenmin; onderpastoor ook niet omdat ik alleen aan het
Bisdom rekenschap had te geven. De avond echter was ik gelukkig terug in Prosperpolder te zijn omdat Het examen was gepasseerd en bij mijn mening zeer bevredigend was verlopen.
Voor mijn " litterae testimoniales" nodig voor het exame moest ik mij volgens het bericht van het Bisdom rechtstreeks tot de Eerw.Heer Deken van. Sint Niklaas wenden. In de loop van het jaar 1905 ben ik verschillende keren in het BisUom geroepen bij den zeer Eerw. Heer A.Segers, Vikaris generaal, om in overleg met elkander te bespreken en te behandelen "ene eventuele stichting van parochie in Prosperpolder
Ik heb alsdan een schets of plan moeten indienen in het Bisdom met de door mij voorgestelde scheidslijn. Dit plan door mij ingediend is later ook definitief bij de goevernementele goedkeuring der oprichting van de parochie door het   Bisdom zelf goedgekeurd en aangenomen.
Ten anderen ook, rekening houdende van de geografische ligging, had ik voorgesteld aan de nieuwe parochie toe te voegen die wijken en huisgezinnen, die door de afstand voordeel hadden bij de nieuwe parochie ingelijfd te worden en die door zaken meest alle betrekkingen hadden met de eigendom van het Doorluchtig Huis van Arenberg.
In 't jaar 1905 was die omschrijving van onze toekomstige parochie van Prosperpolder,  die ik voorgesteld had,bewoond door de volgende gezinnen:
Parochie Doel: wijk Ouden Doel; 48 gezinnen      227 personen
wijk Raepenburg;36                 169
wijk Saeftingen; 7 gezinnen          37 -
wijk Nieuwen ArenBerg 6 gezinnen 32
wijk Prosperpolder: 7 gezinnen       48
Par.Kieldrecht wijk Prosperpolder: 20 huisgezinnen 94 personen
wijk Nieuwen Arenberg: 10 huisgezinnen. 48 personen
'Samen: 513 + 142 =   656 personen.
Omstreeks 12 Hollandsche families, samen 66 personen die hier in de gebuurten van Prosperpolder woonden, kwamen ook regelmatig naar onze kapel. Dus een bevolking van 721 personen die gelukkig waren nu reeds in dien verre afgelegen polder de gelegenheid te vinden 't H. Misoffer bij te kunnen bijwonen, en er tevens de HH. Sacramenten van RECHT en Communie te kunnen ontvangen.
Na de Winter zouden er in Prosperpolder nog 17 hofsteden worden bijgebouwd, zodat thans deze bevolking nog minstens met 100 personen zou klimmen.
Op 30 september, bij een samenkomst met den Zeer Eerw.Heer Vicaris Segers, vernam ik dat onze zaken zeer gunstig stonden en dat Zijn Hoogwaardigheid beloofd had vd6r Nieuwjaar  beslissing in zake Prosperpolder te willen nemen. Het was vooral en hoofdzakelijk de scheiding die moeilijkheden opleverde.  Natuurlijk vielen de betrokkende Eerw. Heren Pastoors C.De Wolf van Kieldrecht, en De Boe van Doel er tegen. Ieder houd graag wat hij bezit, zegt het spreekwoord en zo was het hier ook het geval.
Bedoelde Eerw.Heren drongen maar aan dat mijn parochie zich zou bepalen binnen de grenzen van Prosperpolder, en ik drong maar aan om ook de naburige wijken, hier hoger genoemd, die aan Prosperpolder paalden, aan de nieuwe parochie toegevoegd te zien. Zonder die wijken had mijn parochie die te stichten zou zijn geen de minste levensvatbaarheid. Hoe immers een parochie stichten en goedgekeurd krijgen zonder bevolking. Prosperpolder, zoals ik hoger zegde, telde toen geen 200 zielen en ten aderen nog, al die wijken hoger vernoemd woon­den nader bij de nieuwe te stichten kerk dan bij hun toenmalige parochiekerk Doel en Kieldrecht, het was ook die reden hoofdzakelijk dat ,als er nieuwe paro­chies gesticht worden, het moet zijn voor het nut en het gemak der gelovigen, dat mijn plan heeft doen gelukken, zonder de minste wijziging vanwege het Bisdom. Een bewijs dat mijn voorstel redelijk en gegrond was. Intussen eindige net jaar 1905 en ik, met de mensen die hier ter kerke kwamen, hoopten dat eerdaags er een gunstige beslissing van wege Monseigneur de Bisschop zou worden gedaan.

1906
Zoals mij beloofd was, is gebeurd. Met nieuwjaar 1906 was de beslissing van Zijn Hoogwaardigheid gevallen, en definitief was het besluit in het Bisdom genomen dat er in Prosperpolder met naburige aanhorende wijken, niet een Proostdij maar een parochie zou worden gesticht. Op 10 Februari reeds werd of­ficieel door het Bisdom van Gent aan het Belgisch Gouvernement de aanvraag gedaan ter bekomen van het oprichten een parochie in Prosperpolder. –
Op 12 Februari immers ontving ik het volgende schrijven: " De aanvraag tot oprichting van Prosperpolder, te Kieldrecht, als parochie, is naar het Ministerie gezonden. Het is dus nodig zoo gauw mogelijk een plan volgens afspraak der toekomende paro­chie op te maken. Dit plan, opgemaakt door een deskundigen landmeter, bouwmeester enz. moet het volgende bevatten:
  1. de grenzen van de toekomende parochie
  2. de namen der straten en aanduiding der bebouwde eigendommen, de plaats waar de kerk zou komen
  3. de namen der wijken, de nummers van 't kadaster, de namen der waterlopen
  4. de grenzen der aanpalende gemeenten
  5. een windroos of richtingspijl
Gelief de goedheid te hebben mij zoo gauw mogelijk drie exemplaren van dit
plan in het Bisdom te doen geworden. Indien er andere inlichtingen nodig zijn
ik ben altijd ter uwer beschikking.
Aanvaald Eerw.Heer Proost, de verzekering mijner beste gevoelens in J.Chr
get. Ch.Ledegem, sekretaris.
Deze goede tijding vervulde mij en al de inwoners van het grootste genoegen, onmiddellijk stelde ik mij aan 't werk bedoelde plannen op te maken. Veertien dagen nadien was alles gereed en ion ik de drie gevraagde plannen met alle mogelijke details en aantekeningen in het Bisdom bezorgen. Deze kaarten waren opgemaakt door den Heer Alexis Rasquin, bouwmeester en deskundige landmeter, toegevoegd en werkzaam in de Algemene Administratie van het Doorluchtig Huis van Arenberg te Brussel.
De 12 Maart 1906 is ook een dag die mij steeds in het geheugen zal blijven.
Ik was gevraagd bij den Eerw.Heer Hendrickx ,onderpastoor te Kallo omstreeks vier uur, in de namiddag  kwam men zeggen dar er zoveel water was in de Schelde dat de dijken overstroomden. Natuurlijk ik en Mijnheer de Onderpastoor, onmiddellijk naar de Schelde aan het Fort Sainte Marie om te zien wat er van was. Groot en tevens schrikbaar schouwspel vertoonde zich voor onze ogen. Geheel die uitgestrekte Schelde naar Doel en naar Antwerpen toe, was zoo hoog geklommen dat het water langs alle kanten de dijken oversloeg. Het begon daar ook zoo erg te worden dat het volk moest ruimen omdat men vreesde dat den dijk aan het fort Sainte  Marie zou kunnen bezwijken en bijgevolg een niet gekende ramp zou voor­vallen. De Eerw.Heer Onderpastoor en ik, kregen toelating langs de wallen net een bootje op het fort Sainte Marie te gaan. Intussen was den dijk van Melselepolder bezweken en van de hoogten der vestingen van het fort konden wij oogge­tuigen zijn van die waterval die zich met een hels gedruis vanuit de Schelde de Melselepolder werd ingevoerd.
In enkele stonden was Melselepolder een blande zee, ja zo spoedig ging het dat vele beesten niet meer konden gered worden, en dat zelf vier of vijf mensenlevens er bij gebleven zijn,
Ondertussen begon de avond te vallen, en wilde ik naar Kallo terugkeren, om verdere naar huis te gaan, doch geheel de omgeving van het fort was over­stroomd, de brug inbegrepen, en bijgevolg zaten wij als gevangenen op een eiland. En toch moest ik naar huis ten anderen was ik meer en meer gejaagd om te weten hoe het op mijn parochie zou zijn verlopen, en eindelijk waren er twee kloek gebouwde kanoniers van het fort die voor een goeden drinkpenning de Eerw.Heer Onderpastoor van Kallo en mij op hun schouders langs de brug aan het vaste land overbrachten. Het was komiek om zien, maar toch niet om te lachen op dien ogenblik, terwijl de mannen tot half lichaam met die zware last op de schouders, door het water moesten polsen. Eindelijk om 7 uur waren wij aan het vaste land en ook gereed onmiddellijk het rijtuig ingespannen, en vol gejaagdheid en bekommernis naar Prosperpolder. Te Doel vernam ik dat men niets wist over den Prosper. Dat stelde mij wat gerust. Om half negen kwam ik thuis; met een hondenweer, regen en wind om hemel en aarde te vergaan. Op de Prosperhoeve was men volop aan het werk met wagens en volk, want den dijk van den Hedwigpolder was nog wel niet bezweken, doch volgens ik vernam waren er grote gaten in geslagen,  nog dien nacht tegen de toekomende opkomende tij water op alle mogelijke wijze moesten versterkt en gestopt worden.
Mijnheer den administrateur Rottier en ik onmiddellijk met al het volk dat wij krijgen konden naar de Schelde. En daar, om rechtuit te zeggen, besloten wij, dat de Hedwigpolder als bij mirakel gespaard was. Geheel den dijk van den Hedwigpolder van,  de plaats waar hij samenkomt aan de dijk van den Prosperpolder, in den hoek aan het land van Alfons Van Mol, tot aan de Hedwighaven, was langs den Scheldekant weggespoeld; op sommige plaatsen reeds zo ver, dat de kruinen van den dijk zelf reeds was weggezakt. De binnenkant van den dijk alleen was nog goed. Onmiddellijk dus werd iedereen aan het werk gesteld om zakken zand in de grootste gaten bij te brengen 1zoo te versterken wat men versterken kon. Natuurlijk was ieders gedachte dat als wanneer de tij van 's morgens wat groot zou zijn, wij nutteloos werk zouden verrichten ,en dat ongetwijfeld dan geheel dat deel van de Hedwigpolder zou wegspoelen en dus de polder onderlopen. Wij deden toch wat wij konden.
Intussen kwam het water onder de morgen weer dreigend op, en wel met zo een spoed dat het klom gelijk een kom kokende melk die opkomt.
Ieder gaf reeds den moed op,  en zie op eens, als het water tot aan de gevaarlijk plaatsen reeds was geklommen, bleef het als 't ware staan. Niemand kon zich goed dat voorval uitleggen; ondertussen echter was de tij op gijn hoogste, en begon zachtjes het water te vallen en de wind te bedaren: den dijk bleef bewaard en de Polder was gered.  Enige reden die ik kan vinden om uit te leggen hoe het kwam dat het opkomende water zo in eens aan pijl bleef staan is in het toeval dat vele Polders in Holland doorbroken waren, en dus het opkomende water zich over een abnormale oppervlakte kon uitbreiden.
Dit toeval, meen ik, is de redding geweest van den Hedwigpolder tijdens de akelige nacht die ik vol angst en bekommernis op de Scheldedijk heb door­gebracht.
Zijn Doorluchtige Hoogheid Mgr. de Hertog, in gezelschap van Hogere Administratie van Brussel was reeds dienzelfden voormiddag in Prosper. Tot hun voldoening ook was' 't gevaar geweken, en werd onmiddellijk besloten, zonder uitstel de nodige werken uit te voeren tot het herstellen van den beschadigden dijk. Het toeval dus ook dat de Hedwigpolder behouden, bleef was ook de redding van onze toekomende parochie. Immers ware de Hedwigpolder opnieuw verloren gegaan, zo kon er geen spraak zijn van nieuwe te bouwen hofsteden, en zou ook de stichting van de parochie, ten minste voor een gehelen tijd hebben achter­gebleven.  Vanaf den Van Alstijnpolder onder Graauw tot aan Terneuzen, langs de Schelde, waren bijna alle polders ondergelopen, het zelfde treurtoneel zou gebeurd zijn langs de Schelde in België, zodat ik terecht opmerkte aan Mgr. den. Hertog dat zijne eigendommen als het ware door een bijzondere gunst van God waren gespaard gebleven.
Den zeer Eerw.Heer Vikaris Generaal Segers had mij in Maart 1906 mee­gedeeld dat het wenselijk zou zijn geweest, indien de Hooge Administratie van het Doorluchtig Huis van Arenberg, de aanvraag tot het oprichten in Prosperpolder van een parochie, zou steunen in het Ministerie te Brussel, ten einde die zaken zoveel mogelijk te helpen bespoedigen.
  1. Brussel natuurlijk verlangde niet beter, dan al haar invloed bij leden van het Gouvernement te doen gelden tot het bespoedigen van die zaak. Die werking deed zich  spoedig bemerken. Immers reeds op 17 Maart 1906 was het Gemeentebestuur van Kieldrecht om de gestelde vraag van het gouvernement of het nodig schijnt te zijn volgens hun oordeel, een nieuwe parochie in te richten in Prosperpolder.
    Gezien, zo antwoorde het besluit van den Gemeenteraad van Kieldrecht, het klein getal inwoners van Kieldrecht dat gebruik zou kunnen maken van die eventuele nieuwe parochie, en daar voordeel bij hebben.
  2. Gezien dat Prosperpolder nog geen grondbelasting betaald aan de Gemeen­te Kieldrecht, en wij door het stichten van die parochie financiële steun daaraan zouden moeten verlenen, zo werd er besloten met een meerderheid van stemmen dat er geen noodzaak voor die stichting bestond.
Zulk besluit was natuurlijk te verwachten, doch het was wel verzekerd van dan af, dat dit daar niet bij zou blijven. In zulke gevallen ziet men overal het zelf­de gebeuren. Tegen alle redelijkheid in, tegenstemmen en hun gemeentenaren van het centrum niet te misnoegen voor de financiële verliezen die de oprichting van nieuwe parochies, aan de oude en bestaande centrums natuurlijk toebrengt
Op 13 april moest dezelfde vraag als hierboven beantwoord en behandeld worden door den Kerkraad van Kieldrecht. Terwijl zijne Hoogwaardigheid den Bisschop van Gent duidelijk te kennen had gegeven aan de Eerw.Heren Pastoors van Kieldrecht en Doel, dat hij verlangde een nieuwe parochie te stichten te Prosperpolder, zo ware het onvoorzichtig geweest oordeelde men in de bedoel­de kerkraad van Kieldrecht, rechtstreeks tegen het verlangen van Monseigneur in te gaan en besloot men hrt volgende:
"Ingezien den grote afstand der bevolking die den Prosperpolder bewoond zou een nieuwe parochie aldaar wenselijk zijn, doch de Eerw.Heer Pastoor van Kieldrecht en de Kerkraad verlangen dat die nieuwe parochie zich zou bepalen binnen de grenzen van den Prosperpolder zelf, en dat de inwoners van den Nieuwe Arenberg die aan Prosperpolder palen, aan die nieuwe parochie niet zouden toege­voegd worden.
Alles werkte dus tegen, zoals wij verwachtten. "Den duivel, zoals het spreekwoord zegt, stak er zijn staart tussen". Dat was een bewijs dat het een
allernuttigste zaak was voor het goed en dat zette mij aan om tegen alle tegenwerkingen in. Voor mijn ideaal dat was, die parochie hier te krijgen, zonder
moe­deloosheid te blijven werken. Zoals later hier beschreven staat, heb ik mijn levensdoel bereikt en is de parochie geworden zoals ik ze in geweten voor het algemeen nut der mensen had voorgesteld en had verlangd.
In de maand April had ook den Gemeenteraad en Kerkraad van Doel hun advies over de hoogvernoemde aanvraag te geven en zoals ik had verwacht, werd ook aldaar die billijke aanvraag verworpen.
Op lste Zondag van Mei was het feest in Prosperpolder. De herstellingswerken aan den Hedwigpolder veroorzaakt door 't orkaan van 12 Maart, hier hoger vernoemd,
Waren naar wens voltrokken, en zijne Hoogheid Monseigneur den Hertog van Arenberg, had mij gelast op den lste Mei een plechtige dankmis aan God, op te dragen omdat zijn goederen op zulke wonderbare wijze van de overstroming waren gespaard gebleven.
In een aanspraak aan de gelovigen van dien dag bui­tengewoon talrijk naar hier toegestroomd, deed ik de betekenis van die plech­tigheid uitschijnen en tevens hield ik de landbouwers van Prosperpolder en om­liggende voor dat ook zij allen dank aan God verschuldigd waren, terwijl ook zij, met hun have en huis en al wat zij bezaten van de overstroming waren gespaard gebleven. Na de Hoogmis werd het Te Deum plechtig aangeheven en de kerkelijke plechtigheid werd besloten door een algemene uitdeling van krentenbrood aan de arme en werkende mensen van Prosperpolder en aanpalende wijken. Overgelukkig waren al die nederige gezinnen die door de edelmoedigheid van het Doorluchtig Huis van Arenberg wederom zo verrassend bij die plechtigheid werden herdacht.
Op 2de Sinxendag was het nogmaals feest: twee nieuwe beelden, namelijk het beeld van den H.Antonius, geschenk van Alphons Van Mol, en het beeld van de
H. Gerardus Majella,  geschenk van Pierre Van Roeyen, werden in de namiddag plech­tig ingewijd. De Eerw.Heer Van Herreweghe, onderpastoor van Kruibeke, een intie­me vriend van mij, was bij die gelegenheid gekomen om een schoon en indrukwekkend sermoen te houden. die plechtigheid ook liep tot ieders voldoening ten besten af.
Op 26 Juni had Prosperpolder het geluk en de grote eer Monseigneur Stillemans zelf te ontvangen. Monseigneur was het Vormsel komen toedienen aan de kinderen van Kieldrecht. Ik was daar ook aanwezig en na het maal, op zijn afreis naar Doel toe, verlangde Zijne Hoogwaardigheid langs Prosperpolder te reizen,en zich over de toestand hier een gedacht te vormen.
Hij verzocht mij Hem te vergezellen en omstreeks drie ure 's namiddags kwam  Hij alhier toe.
Hij bezocht de kapel, nam een kleine verfrissing, en beloofde mij, dat terwijl hij nu die grote afstanden kende waar die bevolking woonde, hij zonder uitstel
een beslissing voor het oprichten van de Prosperpolderparochie zou nemen.
De beslissing van Monseigneur deed zich niet wachten,immers op 16 Oogst werd ik ín het Bisdom gevraagd en de Zeer Eerwaarden Heer Vikaris Generaal Seghers deelde mij mede dat Monseigneur het oprichten van een parochie in Prosperpolder had goedgekeurd en dat volgens de scheidslijn en het plan, zoals ik had ingediend. Hoger vernoemd plan werd alsdan beurtelings gezonden aan de goedkeuring der Gemeenteraden en .Kerkraden van Kieldrecht en Doel, en zoals te verwachten was werd de scheidingslijn door dit plan aangeduid, vanwege bedoelde raden verworpen. Die tegenwerking van hier hoger genoemde besturen kon en zou de billijkheid onzer aanvraag, tot het oprichten van Prosperpolder parochie en dat volgens de ons voorgestelde scheidslijn niet verijdelen; in het Bisdom was men te innig overtuigd van de noodzakelijkheid en het geestelijk nut van dit werk en van de redelijkheid onzer eisen. Zeker is het dat het aantal in­woners van Doel dat aan de nieuwe parochie gevraagd werd toe te voegen zeer belangrijk was, doch dit was alleen toe te schrijven aan de ligging der wijken "Ouden Doel" en " Raepenburg,  palende aan Prosperpolder. Zekeren dag zelf, omdat ik de hevige tegenwerking van Doel ondervond, stelde ik in 't Bisdom voor, de wijk "Ouden Doel" geheel en gans aan de parochie Doel te laten, doch de Eerw.Heer Vikaris Seghers, toen ik met de kaart in handen, zag dat "Ouden Doel" slechts 25 á 30 minuten van onze kerk verwijderd zou zijn, schikte dat onze aanvraag maar al te gegrond was, dat de nieuwe gestichte pa­rochie voor het gemak en  voordeel van de mensen dienden, en dat onze voorge­stelde scheidslijn onveranderd zou en moest blijven.
In de loop van het jaar 1906 zijn dan ook in Prosperpolder de nieuwe       
hofsteden gebouwd die bestemd waren om de nieuw bedijkte Hedwigpolder te
exploiteren; het waren de hofsteden van:    
                                 
CYRIEL FERKET
PETRUS DE MAAYER
ALOUIS VAN DORSSLAAR
ALPHONS NOENS
PETRUS POPPE
ALPHONS FASSAERT
AUGUST VOLLEMAN
CHARLES LOUIS VAN RUNDEREN
ALOUIS BORM.
PETRUS PIERSSENS
DESIRE FREYSER
HENRI SMET
THEODOOR BORM
EDOUARD METS
THEOPHIEL DE PAEPE
JAN BORM
Uit oorzaak van al die nieuwe gezinnen die Prosperpolder in 1906 kwamen bewonen, waren wij in het najaar reeds verplicht van een bijbouw aan de kapel toe te voegen ten einde aan de bevolking van Prosperpolder, en omliggende, gelegenheid te geven , in de kapel de heilige mis te horen.
1 9 0 7
Met Nieuwjaar was ik overtuigd dat eerdaags de goedkeuring van de paro­chie Prosperpolder een voltrokken feit zou wezen; gelukkig was ik daarom op Nieuwjaarsdag die tijding mee te kunnen delen aan de gelovigen van Prosperpolder en omliggende in onze kapel vergaderd. Een parochie op zich zelve was het Nieuwjaarsgeschenk dat ik hoopte weldra hun te kunnen geven.
En inderdaad, lang mocht het niet aanlopen dat mijn Nieuwjaarswens was vervuld, en dat ik als Nieuwjaarsgeschenk over 1907 aan Prosperpolder en omliggende een parochie als geschenk kon aanbieden. Op 10 Maart 1907 immers werd Prosperpolder officieel door den staat herkend en aangenomen, door het volgende besluit dat op Zondag 10 Maart 1907, in den Moniteur Belge verscheen. Hier laat ik letterlijk den tekst van het staatsblad volgen:
MINISTERIE VAN JUSTITIE         
HULPKERK -OPRICHTING
lste ALGEMEEN BESTUUR-1ste Julie n°2284$
LEOPOLD II - KONING\BER BELGEN.
AAN ALLEN ,TEGENWOORDIGEN EN TOEKOMENDEN HEIL !
Gezien het voorstel d.d. 10 Februari 1906 van de Bisschop van Gent, ter bekoming van het oprichten, een hulpkerk in den Prosperpolder ,te Kieldrecht
Gezien de adviezen van 27 Augustus,30 September, 19de en 31ste Oktober 1906 van de fabrieksraden der kerken te Kieldrecht en Doel, van de Raden der Gemeenten, en van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaan­deren
Gezien het plan van de gebiedsomschrijving der nieuwe hulpkerk, in overleg tussen het hoofd van het Bisdom, en de provincieoverheid ontworpen.
Gezien de artikelen 60,61 en 62 der Wet, van 18 Germinal jaar X, het decreet van 30 Dec.1809,artikel 117 der Grondwet, heé koninklijk besluit van 12 Maart 1849, en de wet van 24 Oogst 1900
Op voorstel van onzen minister van Justitie
WIJ BESLOTEN EN WIJ BESLUITEN
Art.1.- Een hulpkerk is opgericht in den Prosperpolder te Kieldrecht.
Die hulpkerk of succursale zal als volgt begrensd zijn:
Op het grondgebied der Gemeente Doel:
De Nederlandsche grens; de Schelde; een ingebeelde lijn met rode kruisjes aangeduid op het aangehaalde plan, gaande van de Schelde naar de Middellijn der Goudmijnstraat toe,  het verenigingspunt van de Prosperpolderdijk en den Scheldedijk ,tegen de "Ouden Doel".- Verder een ingebeelde lijn ( met rode en zwarte kruisjes op het plan aangeduid) van de middellijn der Goudmijnstraat tegen "Flierenhoek" tot het station van de buurtspoorweg van, Sint Niklaas naar Doel.
Op het grondgebied Kieldrecht:
Een ingebeelde lijn ( met kruisjes op het plan aangeduid) van dit Station naar punt A, midden van de grenslijn die loopt over het perceel grond N° 17; de Nederlandsche grens.
Art.2.- Een fabrieksraad zal er onmiddellijk ingesteld worden overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 30 Dec.1809
Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van het tegenwoordig besluit.
Gegeven te Passable den 2de Maart 1907
Van Koningswege: de Minister: J.Van den Heuvel.
Dit besluit in den Belgische Moniteur, op staatsblad verschenen, betreffende de oprichting van een parochie in Prosperpolder, werd op bevel van
het Bisdom van op den predikstoel meegedeeld op Zondag 17de Maart in de kerken
van Kieldrecht en Doel en in de kapel van Prosperpolder.
Dat die blijde tijding in feest werd gevierd door de Prosperenaren en de
wijken die aan de nieuwe parochie vielen moet niet gezegd worden. Lang hadden wij gestreden voor dit verheven en noodzakelijk doel. Thans waren onze vurig­ste wensen vervuld.  Op Zondag 17 Maart kon ik ook reeds aan de gelovigen meedelen dat de inwoners die aan de nieuwe parochie kwamen, reeds van den aanstaanden Pasen zouden voldoen aan hun Paasplicht, met te biechten te gaan en te Communiceren in de kapel van Prosperpolder. Dit bericht was ten uitersten welkom bij onze mensen, want vervelend genoeg was het, vooral voor de Prosperenaren van dan naar Kieldrecht of Doel te moeten gaan om hun Pasen te houden, terwijl zij in die kerken geheel vreemd waren, en zij daar nooit ver­schenen dan wel juist met de Paastijd.  Op Zondag 17de Maart was er in den namiddag ook een plechtigheid in onze kapel. Ik had een beeld aangekocht van de Heilige Benedictus, patroon tegen ongelukken onder het vee, en dien dag werd het plechtig ingehuldigd en gewijd door den Eerwaarden Pater Laurentius van het klooster der EE.PP.Benedictijnen van Dendermonde. Een omstandigheidssermoen deed aan de gelovigen de grote macht van den H.Benedictus kennen, en sedert dien wordt het feest van den H.Eenedictus dat valt op 21 Maart, jaarlijks door een plechtig octaaf gevierd in de kerk van Prosperpolder.
Den Maandag,18 Maart moest ik mij naar het Bisdom wenden, en Monseigneur Stillemans, Bisschop van Gent, die mij in zijn appartementen verwachtte, groette mij toen ik bij hem kwam, met den titel van " Mijnheer. de Pastoor van Prosperpolder". Deze groet zegde mij natuurlijk meer dan genoeg, en dankbaar voor die schone en gelukkige benoeming, had ik geen woorden genoeg om mijn uiterste te­vredenheid en instemming aan zijn Hoogwaardigheid uit te drukken. Met Monseigneur dan gesproken over de toestand van Prosperpolder en over de toekomst van die parochie, de te bouwen nieuwe kerk, enz..enz.. en na ons onderhoud van een uur verliet ik 't Bisdom, gelukkig en opgeruimd als ooit in mijn leven.
En hoe kan het anders: ik was pas 34 jaren oud en ik was pastoor van een parochie van 800 zielen, en dat een uur afstand van mijn familie, en op een parochie waaraan ik hoopte en droomde de beste krachten van mijn leven te wijden.
Onmiddelijk mijn Ouders te Kieldrecht en Mijnheer de Administrateur Rottier
te Prosperpolder, per dépêche mijn benoeming meegedeeld, en dan een rijtuig genomen om de zeer Eerw."  Heren Kanunikken van den Bisschoppelijken Raad,over mijn benoeming te gaan bedanken. 's Avonds met den laatsten tram kwam ik aan het Smisken toe, waar het rijtuig van Mr.Rottier was.
Om mij naar Prosperhoef te brengen. Daar was Mijnheer Rotier, met de bijzonderste inwoners aanwezig, om bij de benoeming als pastoor geluk te wensen en te verwelkomen in die hoedanigheid in Prosperpolder. Die avond natuurlijk in de grootste gezelligheid met die Heeren in de pastorij doorgebracht
's' Anderendaags feest van den Heiligen Joseph,19 Maart, was de Mis, die ik toen opdroeg ter ere van die Heiligen, druk bezocht door de inwoners van Prosperpolder; ik was dan ook gelukkig aan die mensen mee te delen dat thans Prosperpolder een parochie op zich zelven was en ook reeds een wettig genoem­den pastoor bezat. Door die mededeling was het dus onmiddellijk overal gekend dat ik pastoor was genoemd van de nieuwe parochie Prosperpolder en dat ik gelast zou zijn zoo spoedig mogelijk een parochiale kerk in Prosperpolder te stichten.
Het is het gebruik, als er ergens een nieuwe pastoor wordt benoemd, die plechtig in te halen en te verwelkomen; het moet niet gezegd werden dat ook hier onmiddellijk de schikkingen door de bijzonderste parochianen werden genomen om deze, die reeds drie jaren midden hen woonde en leefde, die de grondslagen had gelegd tot  het oprichten van de Prosperpolderparochie, op buitengewone wijze in te halen, en zo hunne dankbaarheid uit te drukken voor: 't werk dat ik alhier reeds had verricht. Mijnheer den Administrateur Joseph Rottier nam op zich een Commissie voor de aanstaande feestelijkheden bijeen te roepen, om gezamenlijk, in naam van de Prosperpolderparochie de inhaling van hunnen nieuwe eersten Pastoor te regelen.
Natuurlijk kon ik de laatste dagen voor mijn inhaling hier op de parochie niet verblijven, de feestelijkheden die mij werden voorbereid moesten mij een verrassing zijn op de dag van mijn installatie; die installatie zou gedaan worden door den Zeer Eerwaarden Heer Deken Ván Ecken van St.Niklaas op 15de april 1907
Daarom werd mij verzocht de parochie voor enige dagen te verlaten, en op beloken pasen ,de paastijd was dan gedaan, reisde ik naar 0ordegem. Mijn broer Alphons die in Oordegem onderpastoor was, zou ik daar voor enige dagen vervangen en hij zou in Prosperpolder het huis komen wachten, en net de feest­commissie alhier de feestelijkheden regelen.
De maandag 15de april was de dag bepaald voor de inhaling en installatie.
GEMEENTE KIELDRECHT
PAROCHIE PROSPERPOLDER
Programma van de feestelijkheden die zullen plaats hebben ter gelegenheid van de:
Plechtige aanstelling
VAN DE EERW. HEER FLORIMOND VAN HAELST
ALS EERSTEN PASTOOR DER PAROCHIE PROSPERPOLDER
Op maandag 15 april 1907

VOLGDORDE VAN DEN STOET
 
1.- Vaandeldrager met klaroenblazer te paard
2.- Ruiters met vaandels. (eerste gedeelte)
3.- Maatschappij “ Boer- en werkmansbond ” van de Ouden Doel.
4.- De Landbouw. Praalwagen
5.- Polderwerkers. Groep
6.- Koninklijke Harmonie van Kieldrecht.
7.- De leerlingen van de school van Ouden Doel met opschriften en vlaggen.
8.- De Schelde praalwagen.
9.- Maatschappij “Cecilliavereniging Prosperpolder”
10.-H. Engelbertus “Patroonheilge met zijn gevolg”
11.-Zinnebeeldige voorstelling van de stichting van Prosperpolder door het
Doorl. Huis Arenberg. Jonkvrouwen te paard.
12.-Geloof, Hoop en Liefde Praalwagen
13.-De goede herder met zijn schapen. Groep
14.-De vijftien mysteriën. Zinnebeeldige groep
15.-Koorknapen.
16.-Maagdekens met de sleutel van de kerk.
17.-Heren leden van het kerkfabriek van Prosperpolder.
18.-Eerwaarde Heer Pastoor.
19.-Gemeentebestuur.
20.-Ruiter. (tweede gedeelte)

Aanvang van de stoet om 13h30 in de namiddag aan de tramstatie “Smisstraat”
Na de plechtigheid in de kerk zal er een feestlied uitgevoerd worden met medewerking van de koninklijke harmonie.
Het bestuur:
De secretaris G. Feremans
De voorzitter Jos RottierLeden:
Apers Jos, P. Smet, L. Van Mol, D. Van Mol, L; Van Overloop, F. Van Ruymbeke, S. Wouters
Gezien en goedgekeurd Edm. Onghena Secretaris J. Balliauw en Burgemeester Kieldrecht.

Omstreeks 12 uur nam de Zeer Eerwaarde Heer Deken Van Ecken, de Zeer
Eerw.Heer Kanunik de Meerleer, pastoor van O.L.Vrouwkerk en ik de
tram in St. Niklaas die ons naar Kieldrecht zou brengen. De Zeer Eerw.Heer Pastoor De Meerleer, die mijn oud pastoor was, had aangenomen met mijn broeder Alfons, onderpastoor van Oordegem, mijn getuigen te zullen zijn. Als geboren Kieldrechtenaar zij hier gezegd dat ik eerst als mijn getuige had gevraagd, zoals ik het als mijn plicht aanzag, de Eerw.Heer Pastoor De Wolf van Kieldrecht,doch dien goeden man bedankte voor die functie, terwijl zegde hij, de oprichting van Prosperpolderparochie met de tegenwoordige scheiding niet kon goedkeuren. In de hoogere beschrijving zal den lezer wel zien dat ik veel tegenwerking had ondervonden van de Eerw.Heeren Pastoors van Kieldrecht en Doel. Die weigering dus verwonderde mij niet, doch ik had hierin jegens mijn pastoor van mijn geboorte­plaats mijn plicht vervuld.
Omstreeks een uur arriveerde de tram aan de halt "Huis ten Halven", waar een luxevoituur met twee paarden, mij met de Zeer Eerw.Heer Deken en mijn twee getuigen ons wachtte en waar een erekorps van ruiters stond om ons naar het  Smisken te geleiden waar ons de feeststoet zou geleiden naar Prosperpolder.
Hier bijgevoegd dat Programma van de Feestelijkheden.
Aan h Smisken werd ik verwelkomd door Mijnheer Joseph Rottier, Beheerder van het Doorluchtig Huis van Arenberg en Voorzitter der Commissie der Feeste­lijkheden. Wij namen de aangeduide plaats, zoals op 't Programma vermeld stond.
en de stoet stelde zich in gang naar Prosperpolder toe. Lings en rechts var_ de Smisstraat volk en nogmaals volk,dat van Kieidrecht,Doel,Calloo,Verrebroeck ! Meerdonck,Clinge,St.Niklaas en tal van andere plaatsen de feestelijkheden van Prosperpolder wilden bijwonen. Onnoodig,te zeggen,dat op gansch den weg naar Prosperpolder toe er geen huis of hofstede was die zich gekroond had,of ver­sierd met chronogrammes en welkomsprguken voor den Eersten Herder van 14,osper-polder parochie. Verschil1tnde eerepoorten versierden de straten, onder Aidere aan 't Smisken, Oude Sluis,$mid Poppe, Jacques Wouters, Ingang Prosperhof en op Prosperhof. Verschillende weikomsgedichten werden mij onder den weg voor­gelezen en bloemruikers aangeboden. Kortom hier beschrijven de massa volk die dien dag in Prosperpolder was, toegestroomd,en de genegenheid en welkomgroeten die mij dien dag werden betoond, 't is mij niet mogelijk.
Hier volgt een welkomslied:
KOOR
Hoera,ons Herder leev
Aan Hem ons hart en hand,
Wij sluiten thans met Hem
Een vasten liefdeband. (tweemaal)
Een vader is ons nu gegeven
Wiens enig doen, wiens ganse streven,
Zal strekken tot ons goed
Dat d' Hemel Hem behoed;
Wij zullen Hem met liefd' omringen
En 't lied der erkentenis zingen
0 Ja ! een blijde zang,
Ván kinderlijken dank.
Hoera..enz.
SOLO
Gegroet, o Herder,  hoog geacht,
Geniet genoegen, rust en heil
Hier in uw polder kalm en zacht
Uw leven zij voor smarten veil,
De Schapen U door God vertrouwd,
Steeds volgen zij uw heilig spoor
Wijl gij hen op de bene houdt
Zijn z’U er immer dankbaar voor
En wat de Heer ons voorbewaar
Toch altijd zingen wij te gaar.
Hoera..enz.

Na de plechtigheid van de installatie in de kerk, nam ik met de Zeer Eerw. Heer deken, mijn twee getuigen, mijn broeder Clement, seminarist, mijn vader en andere familieleden,  Mijnheer Rottier, Heren Burgemeesters, Schepenen, Secretarissen van Kieldrecht en Doel, en enige andere goede vrienden plaats op een verhoog dat aan het thuis van Mijnheer Rottier was opgetimmerd, en vandaar namen wij nog eens geheel de stoet die groepsgewijze voerbijtrok in ogenschouw.
Een feestlied met medewerking van de Harmonie van Kieldrecht, onder geleide van Mijnheer Custaaf Feremans werd alsdan uitgevoerd, en enige passende muziekstukken. Mijnheer Rottier als voorzitter van de  feestelijkheden, hield alsdan ook een treffende welkomrede in de naam van al de parochianen van Prosperpolder.
Hierop antwoordde ik met de volgende woorden: "Mijnheer Rottier, ik bedank U voor de woorden van welkom die gij daar zoeven in uwe naam, en in naam van mijne nieuwe welbeminde parochianen komt toe te sturen. Ik neem die woorden met zoveel te meer voldoening in dank aan, omdat ik zozeer overtuigd ben, dat zij de uitdrukking zijn van de gevoelens uwer aller harten. Immers, vrienden van voorheen, die thans mijne welbeminde Parochianen zijt geworden, het is nu drie ja­ren dat wij met elkander leven, en met elkander streven zelfs, tot de
bereiking van het doel, dat wij heden Godlof gezamenlijk vieren, namelijk de oprich­ting van een parochie op zich zelve in Prosperpolder, en de plechtige aanstelling van den eerste wettigen en in de volle zin der woorden, erkenden Pastoor in Prosperpolder. Gedurende de drie verlopen jaren hebben wij elkander leren kennen, en elkander lerende kennen, ook elkander leren beminnen. Ja, ik wist het wel, beminde Parochianen met Nieuwjaar, dat ik mij niet bedroog toen ik U zegde "Heden kom ik tot U als priester en als vriend, om U mijn beste wensen aan te bieden van heil en van zegen; ik doe die wensen als vriend, zo sprak ik dan, en dat tot eenieder van U, omdat ik onder U meen niets te tellen dan vrienden, en dus niemand van U zonder onderscheid van parochie of van landsstreek,. anders als mijn vrienden beschouwen kan. Ja, als mijn vrienden aanzag ik U van den ogenblik dat Zijn Hoogwaardigheid den Bisschop mij over drie jaren tot de Polderjongens en tot onze Polderbevolking zond om hier midden van U mijn priesterlijk ambt te vervullen. Dat ik welkom midden van U was, en tevens ook uw vriend,  dat hebt U mij menigmaal bewezen, doch nooit op schitterender wijze beves­tig dan op den dag van heden. Wat zie en hoor ik immers om en rondom mij? Daarom die algemene staking der werkzaamheden. Daarom die luisterrijke stoet, die prachtig versierde straten, die bevlagde huizen en hofsteden, die schone jaarschriften en prachtbogen, daarom die geestdriftige menigte, die blijde muziek akkoorden,  daarom die donderende en jubelende kanonschoten, ja dit alles zegt, niet alleen hier, maar ook verkondigt wijd en zijd dat onze parochie in feest is,  en dat haren Eersten Herder bij haar welkom is. Dit alles bevestigt mij dus dat ik ook uw vriend was, dat ik nog uw vriend ben, en hoop ook altijd blijven zat Ja, mijn B.P. hartelijke dank voor die blijken van genegenheid, en reken ook op mij; ik ook zal steeds werken, steeds bidden, steeds lijden en strijden, met en voor U, en steeds meer en meer trachten te beantwoorden aan 't geen gij van mij verwacht. Een goede en trouwe vriend en steun voor iedereen van U, in uw stof­felijke belangen; een ijverige zielenherder en leidsman voor uwe geestelijke belangen. Leven dus lang,  gelukkig en zalig al mijne Parochianen Van de parochie Prosperpolder.
Die woorden uitgesproken voor die, ontzaggelijke scharen volks rond het verhoog geschaard, deden de geestdrift ten toppunt stijgen, en werden door een algemeen applaus uit aller monden begroet.
Hierna werd nog een schoon muziekstuk uitgevoerd en ik begaf, mij met de Heeren Overheden, familieleden en uitgenodigden naar de pastorij, waar een aangename verfrissing ons wachtte. Menige heildronk werd in de pastorij voorge­steld voor de nieuwe Pastoor, onder andere vanwege den Zeer Eerw.Heer Deken, Eerw.Heer Pastoor De Meerleer, Mijnheer Joseph Rottier, de Heeren Burgemeester Balliauw van Kieldrecht en burgemeester Aps van Doel. Alfons Van Mol in naam van de  Kerkfabriek.
's Avonds was Prosperhof en omgeving met den meesten smaak' verlicht; ik
be­gaf mij per rijtuig met enige uitgenodigden om de verlichting van de parochie te zien en verder nog naar de wijken "Ouden Doel" en " Raepenburg" waar het overal nog volop feest was.
Afgemat van dien drukken maar gelukkigen dag, was ik toch ook tevreden als
ik terug thuis kwam om mijne nodige nachtrust te nemen.                           
Prosperpolder heeft, zoals den Zeer Eerw.Heer Deken en Pastoor De Meerleer het mij in hun toespraak zegde, zich dien dag overtroffen, gl ja, ene inhul­diging aan hunnen Eersten Pastoor gedaan, die nooit te verwachten was, en zelfs op grote parochies met eer te zien zijn geweest.
S’ Anderendaags ten 9 uur droeg ik voor de eerste maal de mis op voor de parochianen, die in groot getal in die plechtigheid aanwezig waren. Na de Mis werd er een algemene krentenbrooduitdeling gedaan voor de arme en werken­de mensen van de parochie. 's Middag waren ten mijnen aan tafel uitgenodigd de Heren leden van de Kerkfabriek en de Heren van het bestuur die de feeste­lijkheden hadden ingericht.
Den eerstkomende Zondag die op die plechtigheden volgde, natuurlijk alsdan de parochianen uit ter harte bedankt voor de grote eer mij bewezen, en den troon de voldoening verschaft aan mijn  priesterhart, bij de gelegenheid van mijn
aanstelling en inhuldiging als Eerste Pastoor van Prosperpolder.  Ik herinnerde hun onder andere wat den Zeer Eerw.Heer Deken en Eerw.Heer Pastoor De Meerleer mij zegden dat sedert 1876 dat den Zeer Eerw.Heer Deken in St.Niklaas Deken werd, benoemd, hij nog geen enkele installatie had gedaan, waar zoveel eendracht en geestdrift heerste, en zulke algemene deelneming was als bij de feestelijk­heden van maandag laatst. Pastoor De Meerleer had onder andere gezegd: " 't is nu reeds meer dan 30 keren dat ik tegenwoordig ben als getuige bij de aanstel­ling van een Pastoor, maar zulke betoging, zo welgemeend, zo eendrachtig, zo eensgezind, zo deftig, ben ik nergens tegengekomen. En wat de stoet betreft, voegde hij er aan toe, ja hierin heeft Prosperpolder eenieder overtroffen; zelfs met eer: zou zulken stoet in de straten van St.Niklaas wogen verschijnen.
Geheel de week was er natuurlijk geen sprake dan wel van de zoo gelukte feesten van Prosperpolder, en van den zo schonen en rijken stoet, dien men had te zien gekregen.
Oprecht gelukkig mag men echter hier ter wereld nooit zijn, die heb ik per­soonlijk in die omstandigheden ondervonden; Mocht en moest en kon ik mij ver­blijden van pastoor genoemd te worden te Prosperpolder, op een uur afstand van mijn geboortehuis en familie, en was ik de welgekomen pastoor in Prosperpolder bij de mensen, ik had echter in die aangename en gelukkige dagen ook veel  hartzeer en verdriet op te kroppen. Immers den 11 Maart werd mijn levensdroom
vervuld en Prosperpolder als parochie erkend, doch op dat ogenblik was                        
volle familierouw; de 9de Maart verloor mijn- broeder Theodoor, die alleen in onze familie getrouwd was, zijn goede echtgenote op leeftijd van 28 jaar drie jonge kinderen achterlatende. Mijn goede moeder werd intussen ook ziek, en wel zoo ernstig dat zij op mijn installatie niet kon aanwezig zijn en ook reeds op 6de Mei die volgde op mijn installatie ons werd ontnomen.
Midden dus van die gelukkige dagen die ik toen beleefde moest ik ook de twee zwaarste beproevingen doorstaan die mij toen treffen konden.
Den 30 April 1907 ontving Lr.Gustaaf Feremans zijn officiële benoeming als koster van Prosperpolder. Mr.Feremans had hier reeds sedert 1904 den dienst als koster gedaan, en werd op mijn aanvraag door 't Bisdom als koster benoemd. Onmiddellijk na de officiële herkenning van Prosperpolder als parochie heb ik onmiddellijk verschillende inrichten tot stand gebracht die het parochiaal leven meebrengen.
'k Begon met op te richten de Kerkfabriek cfr. de statuten der kerkfabriek. Als voorzitter werd aangesteld Mijnheer Joseph Rottier, administrateur van
Prosperpolder. Mr.Alphons Van Mol, schatbewaarder. Mr.Joseph Pauwels, Mr.Frederic Adriaenssens, beiden leden. Eerw.Heer Fl.Van Haelst,pastoor van Prosperpolder en Mr. Joseph Ballianw,burgemeester van Kieldrecht, leden van rechtswegen.
Verder werd onmiddellijk gesticht 't genootschap van de H.Vincentius á Paulo dat als doel had den armen van mijn parochie te ondersteunen. Cfr.statu-ten Boeken van St.Vincentius genootschap.
Er werd ook gesticht de confrerie van de H.Barbara die voor doel heeft een fatsoenlijke begrafenis te verschaffen aan de armen en werkende mensen van de parochie, mits zij een jaarlijkse som storten van een frank.
De gelden van de leden worden jaarlijks opgehaald ten huize door de ieveraar-J. stens, op de verschillende wijken en afdelingen der parochie. Cfr. Boeken der Confrerie van de H.Barbara.
De Confrerie van 't Allerheiligste Sakrament des autaars , bracht ik ook tot  stand. Cfr.Statuten der. Confrerie.
De bijzonders personen van mijn parochie lieten zich onmiddellijk als lid inschrijven.
Bedoeling van voornoemde Confrerie was een korps van deftige personen te vormen, die op zich nemen de grote processies op te luisteren door 't Aller­heiligste Sacrament met brandende lantaarns te vergezellen; het zelfde doen zijn ook bij gelegenheid van maandelijkse processie die gehouden wordt op den eersten Zondag der maand, en verder nog naderen zij tot d' HH.Sakramenten op den dag der Gedurige Aanbidding en komen zij op de hun aangeduide uur, aanbidding doen op de gedurige aanbidding. De dag van onze jaarlijkse Gedurige Aanbidding is vastgesteld op 4 December, feest van de H.Barbara en patrones der goede Dood. Enige dagen voor onze Gedurige Aanbidding hebben wij een jaarlijkse teer­dag en algemene vergadering van de Confrerie van 't H.Sakrament des autaars.
Ten einde onze Gedurige Aanbidding te bevorderen had ik in het jaar 1907 ene Pater Redemptorist van Antwerpen gevraagd die een Triduum preekte als voorbe­reiding tot de Gedurige aanbidding, en die algemeen door de bevolking werd gevolgd. Zo vele mensen zijn dan ook te biechten en te Communie gegaan.
Van de familie Staes werd mij een som van 700 franken in stukken van de "Crédit general Hypothécaire" overhandigd ,met verplichting voor de intrest van die stukken eeuwigdurende jaarlijks te doen a) drie gezongene missen voor Jan Joannes Staes, zijn overledene huisvrouw Marina Roelandt en hunnoverledene kinderen, en b) in het jaargebed in te schrijven eeuwigdurend: Jan Joannes Staes, zijn overleden huisvrouw Marina Roelandt en hun kinderen.
De pastoor van Prosperpolder die deze vernoemde verplichtingen vervult, Mag den jaarlijkse intrest ontvangen van de bedoelde 700 fr. en waarvan de stukken bewaard zijn in de kas der kerkfabriek van Prosperpolder.
Door bemiddeling van Mr.de Administrateur Joseph Rottier is mij vanwege Zijne Doorluchtige Hoogheid Monseigneur den Hertog van Arenberg, als geschenk voor de kerk gegeven:
  1. een prachtig compleet ornement in goud; koorkap, velum, kazuivel, dalmatieken
  2. een beste zwart ornement; koorkap, kazuifel, dalmatieken
  3. de lijkbaar met alle toebehoren, voor begrafenissen, draagberrie, twee baarkleden
Kortom al wat ik nodig had om kerkelijk den parochiedienst te kunnen doen werd mij edelmoedig door 't Doorluchtig Huis van Arenberg geschonken.
De prachtige remonstrans is mij geschonken door mijn goeden vriend Mr.Marcel Bocklandt, eigenaar te St.Niklaas Waas.
In den loop van 't jaar 1907 heb ik mij druk bezig gehouden om de middelen                 
te beramen om eene nieuwe kerk in Prosperpolder zoo spoedig mogelijk tot stand
te kunnen brengen. Door de welwillende medewerking van Mr.Joseph Rottier was
mij den edelmoedige steun van Zijne Doorluchtige Hoogheid de. Hertog Van
Arenberg verzekerd, zodat ik op 't einde van 1907 reeds verzekerd was in het
jaar 1908 het plan te kunnen laten opmaken voor de nieuwe kerk en pastorij.1908
De lste nieuwjaarsdag had ik de voldoening mijn parochianen mede te
delen, dat, nu de parochie tot stand was gekomen, ik mij met alle krachten
zou bezig gehouden hebben en de middelen te beramen, tot het oprichten van een
nieuwe parochiekerk en pastorij. Nog dit jaar, zegde ik hun, hoop ik het plan
te kunnen laten opmaken tot het stichten van kerk, pastorij en kerkhof.
Mei. -De woensdag, 20ste Mei was 't wederom feest in Prosperpolder bij ge­legenheid van het gouden Bruidsfeest van de echtgenoten Francies Van Roeyen-Beekelaer. Te 10 uur plechtige dankmis, met sermoen en assistentie en tarwebrood uitdeeling. Na de Mis stoet die de oudjes door de straten van de parochie huiswaarts leidden. Gesteund door de Edelmoedige Medewerking van het Doorluchtig Huis van Arenberg was ik in den loop van den zomer van 1908 in staat om het plan te la­ten opmaken voor de kerk, pastorij en kerkhof. Het plan van het kerkhof zijn opgemaakt door de heer Henri Rijckaert, architect en bouwkundige te Nieuwker­ken Waas. Het plan voor de kerk en pastorij zijn opgemaakt door den Heet Jules Goethals, architect te Aalst. Bedoelde plannen, met beschrijving, zijn nog ingediend aan bevoegde autoriteiten vóór nieuwjaar.

1909
Met Nieuwjaar, na mijn wensen van heil en zegen en zaligheid aan de parochianen te hebben toegewenst, deelde ik hun mede dat ook dit jaar ik hoopte ik hun een nieuwjaar te kunnen geven, namelijk een nieuwjaar dat jaren en eeuwen misschien in uw midden zal blijven, een nieuwjaar die alle nieuwjaars in waarde én in kostbaarheid verre zal overtreffen, te weten een prachtige nieuwe kerk.
Maar den edelmoedige steun van zijne Hoogheid Mgr. de Hertog van Arenberg„ die buiten de subsidies van staat en provincie en gemeente de overige kosten voor kerk zal dragen ik dit jaar, zegde ik verder, in de mogelijkheid gesteld  worden nog de werken voor de op te bouwen kerk aan te vangen Het enige dat ik vroeg aan de parochianen bij te dragen voor de kerk was 't vervoer gratis te willen doen van de bouwmaterialen. Dit laatste zouden zij zeer bereidwillig voor 't opbouwen van de kerk op zich nemen.
2 September. - De stukken der goedkeuring der kerk zijn ons overhandigd op Donderdag, 2 sept.1909, en op Donderdag,8 sept.feest van 0.L.Vrouw geboorte plechtig gevierd, door algemeen vlaggentooi aan al de huizen der parochie, en door kanongebulder, na de lste Mis en de Hoogmis waardoor aan de naburige parochianen werd meegedeeld dat Prosperpolder in feest was, en die blijde ge­beurtenis is hier algemene feeststemming verwekten.
Ook nog in de maand September werd ons de goedkeuring overhandigd voor de nieuwe op te richten pastorij en kerkhof.
En onmiddellijk schreven zij de openbare aanbesteding uit van de kerk, en reeds in oktober had de publieke aanbesteding plaats.
De begroting voor de te bouwen kerk was beraamd op:               
De aanbesteding is als volgt geschied:
Er waren twaalf inschrijvers, namelijk de volgende Heren:
Mr.Philibert Reichler Eeckloo ingeschreven      88.116,33 franken
Mr.Posper Scholliers Boom ingeschreven voor     88.601,97 fr.
Mr.Georges Goedgebuer Brugge ingeschreven voor 85.789,71 fr.
Mr.Theophiel d' Hooghe St.Niklaas               82.446,72 -
Mr.Leoard Verstraeten Rumbeke                   85.639,36 -
Mr. Eugene Verschraegen Moerbeke-w. -           94.292,92 -
Mr. Louis Janssens Antwerpen                    98.717,92.-
Mr.Ernest Wellens Brussel                       99.400,00
Mr.Joseph Megels Antwerpen                          102.042,65 -
Mr. Kamiel Cortebeek Stekene                    91.276,54 -.
Mr. Omer Naessens Gent                              105.128,23 -
Mr.Kamiel Bleyenberg St.Jan Steen               95.373,34 -
Mr.Theophiel D'Hooghe aannemer te Sint Niklaas was, die de laagste inschrijver was ,werd de te bouwen kerk gegeven, voor de som van 82.446,72 fr.
Terwijl de winter voor de deur stond konden de werkzaamheden slechts begin­nen in het voorjaar van 1910.
Intussen werd er een nieuwe keiweg gelegd van Prosperhof naar de plaats die aangeduid was voor het opbouwen van de kerk, kerkhof en pastorij, en een nieuwe keiweg van de hoofstraat "Prosperstraat", recht op de facade van de nieuwe kerk. Langs dezen laatsten nieuwen weg zouden burgers op cijnsgrond kun­nen bouwen en zoo geleidelijk een soort kom of, uorp vórmen.
Voor de aanbesteding van de pastorij waren slechts twee inschrijvers namelijk Mr. D'Hooghe aannemer der kerk voor een som van 20.998,04 fr. en Mr.Honoré De Craene, aannemer te Waarschoot voor de som van 20.987,37. De begroo4 ting was 14.225,60 fr. Mr.Honoré De Craene,de laagste inschrijver werd het werk gegeven voor 20.987,37 fr.
Het kerkhof, dat uitsluitend als gift zonder subsidie van 't Doorluchtig Huis van, Arenberg werd geschonken, is in de winter van 1909-10 voltrokken. Het was een echt beulenwerk, een oppervlakte met een meter op te hogen, en die grond brengen bij winterdag van op de Lange Prosperstraat tot het emplacement waar thans de rustplaats van de doden is.

1 9 1 0
Met nieuwjaar zijn wij begonnen aan 't aanleggen van het kerkhof, een echt beulenwerk voor mensen en paarden. Er was nog geen verharde weg van de Lange Prosperstraat naar het emplacement waar het kerkhof moest komen, en al dat vervoer van den grond voor de ophoging van het kerkhof moest door veld heen,  daar ge­bracht worden en een keiweg van de Prosperhoeve naar het emplacement waar de nieuwe, kerk in het voorjaar zou opgebouwd worden. Met nieuwjaar de landbouwers bijzonder opge­wekt om dit jaar hunnen goede wil te tonen door mij bij te staan met hun paarden en vervoertuigen om de materialen voor kerk en pastorij aan te bren­gen.
Ongeveer half Maart zijn de werkzaamheden voor het opbouwen van de kerk
be­gonnen. Cfr. Kas kerkfabriek voor plannen, begroting, beschrijving en van de werkzaamheden die voor de kerk en pastorij dit jaar te verrichten zullen zijn.
Einde Maart was het kerkhof voltrokken en goedgekeurd door bevoegde
autoriteiten. De 2de Paasdag zou de plechtige wijding er van gebeuren.
Zijne Doorluchtige Hoogwaardigheid Monseigneur Stillemans, Bisschop van Gent, had mij gemachtigd zelf de wijding te mogen doen. Bij de gelegenheid valt Pasen was de Eerw.Pater Antoon Rottier,  Redemptorist, alhier biecht komen horen, en die zou ook 't gelegenheidssermoen doen bij de wijding van het kerkhof. 's namiddags lof in de kapel, gingen de gelovigen van Prosperpolder processiegewijze naar den nieuwe te wijden dodenakker. In gloeiende woorden die dag aanwezigen tot tranen bewogen, besprak de welsprekende redenaar de betekenis van het gewijd kerkhof voor den gelovigen. Na dit prachtig sermoen dat zo omstreeks een halve uur had geduurd, ging den Eerw.Heer Pastoor, geassisteerd door zijn broe­der Clement, surveillant in het Klein-Seminarie in St.Niklaas,  en de Eerw.Heer Aug. De Witte, econoom in hetzelfde gesticht, over tot de wijding kan het kerkhof. Na bedoelde ceremonie verlieten de gelovigen in stilte, en nog onder de indruk van het geen hun gezegd was, het kerkhof, waar de meeste van de  aanwezigen dachten, eens hun laatste rustplaats te zullen vinden.
21 Juni: Toediening van 't H.Vormsel aan de kinderen van Prosperpolder door Monseigneur Christiaens van Colophon. 't Vormsel is toegediend in onze kapel en vooraleer Prosperpolder te verlaten heeft Mgr. een bezoek gebracht aan de werkzaamheden van de nieuwe te bouwen kerk.

1 9 1 1
Begin van 1911 was de kerk en pastorij onder dak gebracht. Den toren opge­bouwd tot d' hoogte van de kruin van de kerk. De werkzaamheden zijn alsdan stilgelegd uit oorzaak van de vorst, om in het voorjaar aan te vangen en ze nog deze zomer te voltrekken.
Begin Julie waren de werkzaamheden zo ver gevorderd dat zij korden voor­zien einde Oogst klaar te zijn met kerk en pastorij. Naar het bisdom gegaan om dat mede te delen en Monseigneur stelde vast de lste week van September,
persoonlijk de kerkwijding naar Prosperpolder te komen doen.
De maandag,4de September, zou de heugelijke dag zijn dat zijn Hoogwaardigheid Monseigneur Stillemans,Bisschop van Gent, de nieuwe kerk van Prosperpolder zou inzegenen.
Zijn Hoogwaardigheid die in de pastorij van Kieldrecht had overnacht, werd bij de uiterste grens van de parochie "Tramhalt Smisstraat" door een groep ruiters afgehaald en door den voorzitter der kerkfabriek, de Heer Joseph Rottier verwelkomd. Van daaruit werd Monseigneur naar de nieuwe kerk begeleid; aan alle huizen langs de Smisstraat, Petrusstraat enz.. wapperde de nationale driekleur.
Bij de ingang van het dorp had men een schone erepoort opgericht, waarin op sierlijke wijze een hartelijk welkom van de parochie Monseigneur werd toegeroepen. Behalve de versieringen der verschillende huizen, waren natuurlijk ook de nieuwe kerk en pastorij luisterrijk versierd. Vlaggen, trofeeën, bloemen, gierlanden, en zeer passende jaarschriften gaven hier een feestelijk uitzicht, terwijl aan de kerk nog een prachtige erepoort was opgericht..
Omstreeks half negen begon de lange en indrukwekkende ceremonie van de kerkwijding. Onder klokkengelui bereikte men de pastorij, waar Monseigneur werd verwelkomd door den Eerw.Heer Pastoor verschillende aanwezige priesters en de leden der Kerkfabriek,terwij1 verder enige bruidjes met bloemen hier ter verwelkoming aanwezig waren. Nadat Monseigneur de talrijk toegestroomde menigte, de bisschoppelijke zegen had gegeven, trok hij zich in de pastorij terug, waarna de menige zich verspreidde, in afwachting naar den aanvang der kerkwijding.
Omstreeks half negen begon de lange en indrukwekkende ceremonie. Een groot aantal Eerwaarde Heeren geestelijken uit den omtrek hadden door hun aanwezigheid, hun belangstelling willen tonen. De plechtigheid werd verricht door Z.D.H. den Bisschop, hierbij geasisteerd als speciale diaken de Eerw. Heer Beackman, kanunnik, superior van het Klein Seminarie te St.Niklaas, gewoon diaken en onderdiaken Eerw. Heer Alphons Van Haelst, onderpastoor van Kallo ,en den Eérw. Heer Clement Van Haelst, surveillant in het Klein Seminarie te St.Niklaas, beiden broeders van de Eerw. Heer Pastoor van Prosperpolder.
De volgende functies werden door de navolgende Heeren geestelijken verricht: Kruisdraget: Eerw. Heer De Latte, pastoor van Meerdonk; Mitrifer: Eerw.Heer Van der Steen, pastoor van Wachtebeke; ad baculam: Eerw.Heer De Ruyck,pastoor van Doel; Librifer: Eerw. Heer Vyncke, pastoor van Verrebroek. Twee wierrokers: Eerw. Heer Andries,onderpastoor 0.L.Vronwkerk St.Niklaas en Eerw. Heer Verdooreit onderpastoor O.L.Vrouwkerk Sint Niklaas, Twee luciferaris: Eerw.Heer De Meulemeester, onderpastoor Kieldrecht en Eerw.Heer Van Lierde, pastoor Hellestraat te Stekene, Ceremoniarius: Leer Eerw. Heer Th.Ruys, Directeur Gent.
Gelijk de plechtigheden voorschrijven werd eerst de kerk van buiten gecon-sacreerd, terwijl daarna de plechtigheid in de kerk werd voortgezet. Een groot aantal gelovigen woonde de plechtigheid bij in de open lucht, tot dat de plechtige consecratie was verricht; ongeveer half elf gingen de deuren open en spoedig zou nu het schone en in feest getooide kerkgebouw geheel met gelovigen gevuld zijn. 
Na deze ceremonie werd de 1ste Heilige Mis in de nieuwe kerk opgedragen door den Eerw. Heer Fl.Van Haelst, pastoor van de parochie, geassisteerd door zijne twee Eerwaarde Broeders, als diaken en onderdiaken: Index: Zeer Eerw. Heer Beeckffian,  superior van 't Klein Seminarie. Koorkap:Zeer Eerw. Heer Villayes deken van Beveren en Eerw. Heer Roggeman, pastoor Kieldrecht. Ceremoniarius:
Zeer Eerw. Heer Ruys.                              .
Het zangkoor werd begeleid door den Zeer Eerw, Heer_kanunnik H.Van dd,Wattyre bijgestaan door de Eerw.Heren Nyssens, onderpastoor te BeVeren, Eerw.Heer De Cocq, onderpastoor te Dendermonde en den Eerw.Heer Van Goethem, eonderpastoor te Ertvelde, Thalnumeferentes: E.H.Alph.Van Haelst en E.H.Clement Van Haelst.
DEDICATIO ECCLESIAE ET ALTARIS CONSECRATIO           
in honorem
SANCTI ENGELBERTI MARYRIS
Relikwiën in het hoogaltaar bij de consecratie ingemetseld: Sanctus Benedictus
Sanctus Felix      : martyres.
Sanctus Adanetus
Het jaarlijks feest van St.Engelbertus, patroon der kerk .en van de parochie valt op 7de November.
Sint Engelbertus is de patroon van de kerk en van de parochie, gedaan ter gedachtenis van zijn Doorluchtige Hoogheid den Hertog, Monseigneur Engelbert van Arenberg, die de grote weldoener is geweest van, kerk en parochie, en door wiens edelmoedige steun de kerk en pastorij tot stand zijn kunnen komen.
Den grond en de kosten voor het kerkhof van aanleggen, ophogen enz..zijn uitsluitend geschied op kosten van 't Doorluchtig Huis van Arenberg.
De kerk is gebouwd met de subsidies van Staat en Provincie, het grootste gedeelte van de bijdrage der Gemeenten Kieldrecht en Doel en het deel dat door de weldadigheid moest komen, is betaald door Zijne Doorl.Mgr.de Hertog.
cfr. Stukken Kerkfabriek.
In het hoogkoor is een tribune ingericht, dragende de Wapens van Zijne dootluchtige Hoogheid den Hertog van Arenberg en van zijn echtgenote Hoogedele geborene de Hertogin van Arenberg, geboren Princes Hedwige de Ligne, van de grootste adelijke familie van België
Het wapen van Z.H.Mgr.den Hertog: "Christus protector meus"
Het wapen van Mevr. de hertogin: "Quo.res.cunque cadunt.Stk linea recta.
  1. Op de kerkwijding hadden wij de volgende chronogrammen:
    A.-Kerk, binnen: Consecrante Antonio Deo vero sum consecrata.
    Predikstoel.- Doce gregem constanter in castitate,justitia et caritate.
  2. Kerkgevel.- Christenen komt allen vetrouwd in het  huis van gebed,Jesus zal geven al wat gij vraagt
  3. Binnen. - Alwie treurt,alwie weent,alwie valt kome binnen hier is zalf voor elk leed.
Ne de plechtige Mis werd Zijne Doorluchtige    Hoogwaardigheid Monseigneur-Stillemans een feestmaal aangeboden in de nieuwe pastorij, waar onder andere ook was vertegenwoordigd Mr.Alphons Lecart, professor aan de katholieke Univer­siteit van Leuven, en opperadministrateur van de  goederen van Monseigneur den Her­tog van Arenberg.
Al de Eerw. Heeren Priesters die aan de plechtige kerkwijding hadden mee­geholpen werden insgelijks uitgenoodigd. Verder: Eerw.Heer Willemse, pastoor van Nieuw-Namen; Mr.Alexander Van Haelst, vader van Pastoor van Prosperpolder, Mr.Theodoor Van Haelst, broeder van pastoor van Prosperpolder; Mr.Prudent Van Haelst,oom van pastoor van Prosperpolder en scllera der Gemeente Kieldrecht, Mr.Jos Balliauw,  burgemeester van Kieldrecht; Mr.Jan Aps,Burgemeester van Doel; Mr.Hubert Verwilgen, arrondissementscommissaris van Sint Niklaas; Mr.Florent Bocklandt,rentenier St.Niklaas, speciale vriend van p stoor Prosperpolder en weldoener der kerk; Mr.August Rottier,oud regisseur an Prosperpolder; Mr. Joseph Rottier,tegenwoordige regisseur van Prosperpol er; Mr.Joseph Apers, secretaris van de Kerkraad; Mr.Alphons Van Mol,schatbe aarder van kerkfabriek; Mr.Gustaaf Pauwels,lid van kerkfabriek; Mr.Frederic Ad iaenssens,lid van kerk­fabriek; Mr.Gustaaf Feremans, koster van Prosperpolder; Mr.Jules Goethals, architekt; Mr.Theophiel D'Hooghe, aannemer van de kerk.
Na het aangename feestmaal en de gebruikelijke toasten bij zulke plech­tigheid is Monseigneur de Bisschop omstreeks half zes vertrokken, ten zeerste tevreden over den ganse verloop van den dag. Bij het vallen van de avond vertrokken verschillende andere genodigden, en tot laat in den avond hebben wij verdere met de genodigden van Prosperpolder, of die hier bleven overnachten, in de beste gezelligheid doorgebracht. Een feest in een woord, dat steeds een plezierig aandenken zal blijven aan al de genodigden.
's Anderendaags,5 Februari, was Prosperpolder nogmaals in feest, zoals het programma hierbij gevoegd meld. Namelijk te half negen werd processiegewijs en plechtig bijgewoond door de bevolking, het Allerheiligste Sacrament overge­bracht van de oude kapel naar de nieuwe kerk. Een indrukwekkende ceremonie, die nimmer zal vergeten worden door de aanwezigen. Onmiddellijk daarna Plechtige Dankmis door den Eerw.  Heer Pastoor van Prosperpolder, geassisteerd door de Eerw. Heeren broeders, opgedragen. Onder de H.Mis sermoen en wijding der klok, door den Zeer Eerw.Heer Villayes, Deken van Beveren. 's Middags wachte ons een vrien­denmaal op Prosperhof, ten huis van Mr.Joseph Rottier, administrateur van Prosperpolder. Behalve enige Eerw. Heer Priesters waren daar oog aan tafel de Heeren van de algemene administratie van het Doorluchtig Huis van Arenberg van Brussel. 's Namiddags werden wij aan den tramhalt Smisstraat, per rijtuig gebracht, waar de historische stoet ons wachtende was, om ons naar Prosper-polder te geleiden. Was eenieder verwonderd bij mijn inhuldiging als pastoor van het geen Prosperpolder had teweeg gebracht, nu echter was het feest minstens zo goed gelukt. De stoet was nu nog kostelijker en groter dan wel bij mijn installatie, en zeker ook was de menigte die van alle kanten  Van het Land van Waas en Zeeland naar Prosperpolder was toegestroomd nog merkelijk groter.
De verlichting die 's avonds plaats had, was ook buitengewoon gelukt. Kortom Prosperpolder had zich overtroffen, en nimmer of nooit zal misschien Prosper-polder nog zulk welgelukt en algemeen feest beleven.
Uit het dagboek van Eerw. Heer Forimond Van Haelst, eerste pastoor der parochie Prosperpolder (Kieldrecht),dagboek bewaard op de pastorij van Prosperpolder.
Florimond van Haelst benoemd te Prosperpolder in 1904, is er gebleven tot 1924 (dus 20 jaar) Daarna, van 1924 tot 1944 (nogmaals 20 jaar) pastoor van Kemseke. En als "rustend pastoor" overleden op zijn geboortedorp Kieldrecht op 14 jan. 1953 GEMEENTE      KIELDRECHT - PROSPERPOLDER

PROGRAMMA DER FEESTELIJKHEDEN die zullen plaats hebben ter legenheid van de PLECHTIGE INWIJDING VAN DE NIEUWE KERK.
op Dindsdag 5 Sept. 1911
Om 8.30 ure voormiddag, PLECHTIGE PROCESSIE, uitgaande van de Oude Kapel op Prosperhoef naar de nieuwe kerk, waarna de wijding der klokken zal geschieden door Z.Eerw.Héer Deken van Beveren. Om 9.30 ure PLECHTIGE DANKMIS, gevolgd door TE DEUM..
In de ramiddag:                                                   
GROOTE HISTORISCHE STOET
Om 2 uur„ aan Smisstraat, ONTVANGST DER HEREN VERTEGENWOORDIGÉRS VAN HET DOORLUCHTIG VORSTENHUIS
VAN ARENBERG Waar de stoet in gereedheid zal staan.


VOLGORDE VAN DEN STOET
  1. Gendarmen
  2. Vaandeldragers met Thebaansche Trompetters te paard
  3. Groep ruiters met vaandels ( Eerste gedeelte)
  4. Maatschappij "Boer en W erkmandsbond" van Ouden Doel
  5. Koninklijke fanfaren Sint Cecilia van Doel
  6. De Landbouw PRAALWAGEN.
  7. Maatschappij "De Broedermin" van Rapenburg
  8. Leerlingen der school met vlagjes
  9. De Zouaven in rijke kleedij met Pauselijke vlag.-GROEP
  10. De H.Ehgelbertus, Patroonheilige met ridderlijk gevolg
  11. Duivenmaatschappij "De Scheldevlucht"
  12. Kon.Gilde "St.Sebastiaan" Handboogmaatsch. Kieldrecht
  13. Veloclub "Prosperpolder vooruit". Groep versierde velos
  14. De lijdende en strijdende en Zegepralende kerk. GROEP
  15. Geloof, Hoop en Liefde.-GROEP
  16. De Schelde.-PRAALWAGEN
  17. De eerste Dopelinge der parochie
  18. De H.Cecilia met haar gevolg
  19. Cecillakoor Prosperpolder
  20. Z.D.H.Prins de Graaf van der Márck met edellieden en edelknapen
      te paard.Geschiedkundige voorstelltng uit de Spaanse tijd.
21.   Koninklijke  harmonie Sint Cecillea Kieldrecht.

22.   Zinnebeeldige voorstelling van de stichting van Prosperpolder door het Doorl. Huis Van Arenberg Groep
23.   Heren vertegenwoordigers van het Doorltichtig Vorstelijk Huis van Arenberg vergezeld van de  erewacht te paard.
  1. Zeer Eerwaarde Heren Geestelijken
  2. De Feestcommissie in rijtuigen
  3. Groep van ruiters ( Tweede gedeelte)
OM 7 URE S AVONDS PRACHTIGE VERLICHTING DER NIEUWE KERK,PROSPER-HOEF EN OMGEVING.
De Secretaris: G.Feremans. De Eerevoorzitter Fl.Van Haelst, pastoor. De Voorzitter: Jos.Rottier
Leden: F.Adriaenssens, Jos Apers, G.L.Burm, G.Deckers,G.Gillis G.Pauwels,Fr.Smet, L.Smet, A.Van Mol,Fr.Ván Overloop, H.Van Roeyen en T.Wouters.
De Kostumen die in pracht alles zullen overtreffen worden gelexerd door het oud gekend huis Verstraeten-Driessens - Antwerpen