Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland


 

 



Er is een tijd geweest dat ieder dorp een kuiper herbergde, zelfs soms verschillende.
En het woord herbergen is hier ook wel op zijn plaats. Vele van deze dorpskuipers oefenden naast hun beroep van kuiper ook wel een nevenberoep uit: herbergier, slachter, champetter.
De kuipers van de stad, in groten getale aan het werk in de dokken, noemden hun collega's dorpskuipers al spottend de boerenkuipers.
Als zij daarmee bedoelden dat de producten van de dorpskuiper grotendeels bestemd aren voor de boeren, dan waren ze correct, maar indien zij daarmee wat minachtend wilden doen over het afgeleverde werk van de dorpskuiper, dan sloegen zij de bal mis.
De dorpskuiper was in feite technisch veruit de be­tere van de kuipersfamilie. Bekijk maar eens het pronkstuk van het technisch vakmanschap van de dorpskuiper: de halskarnton!
De dorpskuiper was de allroundman onder de kuipers. Geen opdracht was hem vreemd. Van melkemmer tot ovaal aalstuk.
Waar de meeste andere kuipers dagelijks voor dezelfde opdracht stonden, werd de dorpskuiper geconfronteerd met de meest diverse opdrachten van de klant: "Maak mij eens... van zo groot!"
De dorpskuiper maakte een heel gamma van kuipwerk: de melkemmer, het boterkuipje, het kneedkuipje, het botervaatje, de stamp-, stoot-, tuimelkarn (er  bestaat een catalogus van meer dan 400 soorten boterkarnen!) voor de berei­ding van boter, de kaastonnetjes en -kuipjes, de
zout-, vlees- en pekelkuip, het oplegvat voor de kelder, het aalkarteel, de beer- en aalton, de voederkuipen en -kuipjes, de wastobbe en de ovalen badkuip, de gist- en roerkuipen, de bier- en pressvaten, de bl De dorpskuiper heeft een hele tijd het hoofd kunnen bieden aan de moderne vooruitgang. Maar na WO II ging het volledig bergaf: wetten op de hygiëne verboden de boer nog zelf te karnen of kaas te maken, zijn houten giertonnen werden vervangen door zinken tonnen, groenten en vlees bewaren gebeurde vootaan         in de diepvries, de was ging in de trommelmachine waar hij
tegelij kertijd werd gezwierd en gedroogd, wij nemen een stortbad en leggen ons in de (email badkuip, de brouwer gebruikt inoxen roerkuipen en levert het bier in metalen pressvaten. De dorps- en boerenkuiper is definitief van het toneel verdwenen.