Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland



 
 
   

 


Molenstraat 1, Remi Bogaert





Afscheid van Sint-Annapolder
Het laatste graan werd gezaaid, gemaaid, geoogst. Dc laatste vruchten van een stervend drachtig land.
1989, een laatste lente, een laatste zomer, een laatste herfst. Afscheid nemen van de wisselende polderluchten boven de laatste eenzame oase temidden van de naarstige industrie, het fata morgana achter een laatste eenzame holle weg tussen een multinationale bedrijvigheid.
Een vergeten stukje polder. Ingehaald door de onbarmhartigheid van een onherroepelijke tijd. Door de bulldozers.
Er stonden nog tachtig volbloedpaarden op stal en in de vroege lente 1989 werden nog 28 veulens geboren op de Sint-Annahoeve.
Gisteren. Bijna nog vandaag.
Remy Bogacrt, de laatste 'boer' van de Sint-Annahoeve, hier geboren en getogen, veegde uiteindelijk zijn jeugdherinneringen weg, het werken op de akkers in de jonge dagen toen de zomers nog doodstil over de vruchtbare velden hingen en de koeien aan de kreken stonden, de veulens in de polderlucht beten en elk paard rijkdom, welstand en fierheid voor de boer betekende.
'Wij moeten naar de toekomst toe. Wat betekent een handvol verlangen en nostalgie ?'
Remy Bogaert, de boerenzoon die landbouwingenieur werd om het boerenleven beter te leren begrijpen en later veearts om de moeilijke geboortes en keizersneden bij de beesten op het eigen bedrijf zelf te kunnen doen, nam als laatste afscheid van de polder, ging als laatste van de hofstee met eigen herinneringen, met het weten over wel en wee en lief en leed van de boer en de boerin, de beesten en de akkers, het moeilijke leven waar een boer maar liefst niet over praat. Remy Bogaert, de heer van de Sint-Annahoeve in de Sint-Annapolder in Kal-lo. met 50 ha een van de grootste hoeven van de streek, werd als laatste onteigend: 'Door een toeval van ligging en omdat ik mij tot de laatste dag in alle konsekwentie ben blijven verzetten.' 1990: voor de Sint-Annahoeve voltooid verleden tijd.
Alleen een paar foto's.
Verdwenen in een album.
Vijf eeuwen geschiedenis en front van godsdiensttwisten
In het begin van de roemrijke regering van Karel V, de in Gent geboren Habsburger die tot zijn vijftiende alleen maar Vlaams sprak, werd Sint-Annapolder ingedijkt. De kronieken vermelden:
'1514. In dit jaer werd in de prochie Calloo by verscheyden gegoede en ryke personen eenen polder ingedykt groot syndc bat dan 3000 gemeten.'
En in een kerkvenster van Kallo las Dionisius de Harduyn in 1574: 'Den polder sent Anna was bedijckt ende gesloten up den XXV dach van julius anno 1516'.
Niemand beschrijft waarom deze polder Sint-Annapolder werd genoemd, maar men vermoedt dat de naamgeving wel degelijk te maken heeft met de Sint-Anna-verering. De Sint-Annapolder werd op 25 juli 1516 gesloten en het feest van de Heilige Moeder Anna valt precies de dag na de generale sluiting, op 26 juli. Van oudsher is de Heilige Moeder Anna de patrones van de polder.
Zeevaarders en schippers vereren haar en sme­ken haar om gunstige wind voor bolle zeilen en een rijke visvangst.
En in Kallo droegen de vrome polderboeren jaarlijks op 26 juli het houten beschilderde beeldje van de Heilige Moeder Anna in processie door de akkers van Sint-Annapolder, biddend om een gulle oogst. De annalen vermelden: 'Aan Pieter Adriaenssen op Liefkenshoek 5 Ib.gro. betaald door de polder voor 't verteer van 5 of 6 gezellen die het beeld van Sint-Anna 'omme den polder droegen opden dagh van den Ommeganck in "julius in tjaer 1578" en aan de dragers zelf werden 3 s.4 gro. betaald naar de "oude costuyme".'
Deze eerste welvaartperiode van Sint-Annapolder duurde 67 jaar.
Na de indijking in het begin van de 16de eeuw ging de vlijtige Vlaamse polderboer zich vestigen aan de kille. Hier langsheen de waterweg was het land vruchtbaar en zat. Hier bouwde hij zijn ruime hoeve. Hier betaalde hij zijn dijkgeschotten, hier verpachtte hij zijn visserijen. 'Voor Sint-Annapolder vinden we het leven in de polder schoon beschreven in de polderrekeningen. De vele en lange dagen van wroeten voor weinig geld zien we voor ons liggen in de uitgaven voor versterken, hogen en krammen van dijken, in het vletten van rijshout voor het dichten van bressen en het hogen van dammen, in het vellen en mennen en heien van palen aan de hoofden, de aanlegplaatsen langs de Scheldedijk, in het ruimen van de polderwatergangen. Alleen over de onrustige tijd en de relegietwisten vinden we in de polderrekeningen niet veel, enkel dat de polder grote sommen neertelde om een sauvegarde te verkrijgen van Prins Willem van Oranje die in 't najaar van 1577 in het Zuiden kwam verblijven. Men ging wijn en schapen aanbieden om gevrijwaard te blijven van het plunderend soldatengepeupel.
In de winter van 1580 werd aan de Hollandse kapitein op 't blokhuis van Lillo gevraagd 'dat hij die soldaten niet over en zouden laten komen in Vlaanderen om te roven en te brandschatten op de hooven en de inwooners van Sint-Annapolder'.
Maar Sint-Annapolder bleef niet gespaard. Tegen het midden van de 16e eeuw trokken de geuzen en beeldstormers door het Vlaamse land, ook door het land van Waas. Velden en hoeven werden geteisterd, platgelopen en verwoest. De Tachtigjarige Oorlog bracht een infer­no over Vlaanderen. In 1583, twee jaar voor de val van Antwerpen en de sluiting van de Schelde, werd Sint-Annapolder omwille van strategische redenen weer onder water gezet.
De vruchtbaarste polders van Kallo moesten voor het noodlot buigen.
Terwijl Kallo zelf meer dan 70 jaar onder water zal blijven staan, gaat men in het begin van de 17e eeuw, nadat de eerste verwoede gevechten om en rond Kallo geluwd zijn, de Sint-Anna-polder herindijken. De door het Vlaamse volk geliefde Spaanse landvoogden, de aartshertogen Albrecht en Isabella, zijn het ermee eens, en de Staten eveneens. Beide 'regeringen' dienden gevraagd te worden omdat Sint-Annapolder tussen de twee gebieden lag.
Op 9 januari 1614, na heel wat over en weer gediscussieer, verkregen de polders van Doel, Sint-Anna en het schor van Ketenis te 's Graven-hage het gevraagde oktrooi met de toelating tot herindijking. Sint-Annapolder kon heropleven.
Maar de jaren van de herindijking brachten niet alleen herademing, vrede en welvaart. Oude familieveten kwamen weer boven en het verkiezen van een polderbestuur verliep moeizaam. In deze streek, front van de godsdiensttwisten en de ketterjachten, waar staats- en paapsgezinden mekaar voortdurend tegen het lijf liepen, was een samenwerking niet makkelijk.
Sint-Annapolder schreef z'n eigen geschiedenis van een bewogen bestaan, het hardnekkige labeur van de polderboer. bedacht op het vruchtbare land, vaak eigenzinnig en hebzuchtig, die zijn tarwe en gerst, haver, bonen, erwten, bieten en aardappelen plantte, zaaide en oogstte, zonder omkijken. Taai en zwijgzaam. Door alle tijden van oorlogen, betwistingen, naijver en natuurrampen heen. Eeuwenlang, jaar na jaar lag het lome land in de lentemaanden klaar voor zaad en mest, voor kar en paard, voor de trekkende ploeg en de trage stappen van de onvermoeibare boer.
Jaar na jaar stond het zware polderland tijdens de zomerse oogstmaanden drachtig en rijp te pronken.
De harteklop van de seizoenen. Altijd weer opnieuw.
De meedogenloze herhaling van de natuur. De barometer en de polsslag van de boer. Pas in de tweede helft van onze eeuw wisselden de getijden.
Grondig en bruusk.
En voor altijd.
De polders op de linkeroever van de Scheldestroom werden door het gemeentebestuur van de stad Antwerpen, de scheepvaartmiddens, de financiële en industriële grootmachten als enige redplank aangezien voor de noodzakelijke uitbreiding van de Antwerpse haven.
Massale onteigeningen werden doorgevoerd. De Sint-Annahoeve, zo genoemd omdat zij sinds eeuwen in Sint-Annapolder thuis is, bleef tot op het laatst gespaard. Maar de tijdbom tikte.
Tot 1990.
De laatste lente, zomer en herfst lagen zonniger en warmer dan ooit over de stervende hoeve, velden, akkers en poldergeulen.
Tot in de witte winter van het jaar 1989-1990 de witte zon definitief onderging, wegschuivend in het opwaaiende witte zand achter de borende bulldozers.
In de loop van de laatste Vijventwingend jaar daalde de bevolking van Kallo. Een ander landschap ontstond in de hoge polderluchten.
Langsheen de Schelde groeide een nieuwe toekomst. Niet alleen het polderlandschap onderging een grondige wijziging ook de mens die hier vroeger leefde met het lot van de eeuwenoude grillige dijken en het water,is anders geworden.
Een onafwendbaar teken van de tijd.
Een nieuwe uitdading.
Een andere polsslag.
Tekst uit het boek van 1990:
KALLO gisteren en morgen
Tekst en realisatie: Rosine De Rijn.
Fotografie: Jan Decreton