Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland




    Zoeteberm varia  



Historische hofstede met bekende naam in de geschiedenis van Doel; woonhuis en schuur opnieuw gebouwd na de fatale brand van 1902. Aan de straatkant treft men een kleinere stal met nog werkende bakoven.
Langsschuur, aan woonhuis, ten N.W. geplaatst, met het opschrift; Olifantshoef 1902;. Bakstenen polderschuur onder zadeldak met asbestleien. Vijfbeukig houten gebint met zeven spanten.

Bakstenen woonhuis van vijf traveeën en één verdiep onder zadeldak met kunstleien, van 1904. Voorgevel met dubbel huisopstand naar het zuiden gericht, met in 1963 opnieuw gevoegd parement op plint van blauwe papensteen. Beluikte steekboogvensters met lekdrempels van arduin. Eveneens steekbogige arduinen deuromlijsting op neuten onder getoogde strek. Fries van faïencetegels onder houten kroonlijst met tanden.


Juliana† en Petrus Gillis zijn  laatste bewoners van de Olifanthoeve.
Op 12 augustus 1862 kocht Martinus Gillis de hofstede genaamd “Den Olifant” van de Commissie der burgerlijke Godshuizen te Beveren.
Uit mondelinge traditie weet Juliana Gillis dat deze Commissie het hof gekregen had “van een zekere Everaert uit Beveren.
We nemen aan dat het hier Jan  Baptist Everaert betreft “vader der armen” burgemeester van Beveren Waas (1774-1854).
Petrus Gillis hoorde van zijn vader dat het oorspronkelijk huis van voor de brand van 1902 drie “staoges” telde.
De woonkamer had eiken balken en een open haard met daarin “Delfste steentjes” de afbeelding van “De vlucht naar Egypte”.
Het hof werd vroeger het “Geuzenhof” genoemd omdat de Geuzen daar het langst gezeten hadden. Ze waren daar uit Frankrijk gekomen.
Rond het hof moet en sloot gelegen hebben. Maar waar het huis op het oude erf gestaan heeft, is niet meer bekend.
Men vertelde aan Petrus ook dat in een balk uit de oude bakkeet het jaartal 1617 stond.
Uit het "Land Van Beveren" 1975



Het Hugenotenkruis dateert uit de zeventiende eeuw. Het kruis was onmiddellijk een succes, omdat het de protestantse gelovigen de mogelijkheid gaf een kruis te dragen dat anders was dan het gehate Rooms Katholieke symbooll. In het begin werd het hugenotenkruis alleen gedragen door de hugenoten, sinds de negentiende eeuw geldt het als algemeen calvinistisch symbool.
Het Hugenotenkruis bestaat uit een Maltezer Kruis, waarvan de armen onderling kunnen zijn verbonden door een cirkelvormig motief.
De cirkel moet - menen velen - de doornenkrans van Jezus voorstellen. Tussen de armen zijn vier harten aangebracht, het symbool van de liefde dat gelovigen moet herinneren aan het gebod 'Hebt elkander lief' (Johannes XIII, 34).
De harten zouden ook kunnen staan voor liefde, trouw en een open hart ten aanzien van God.

Op de foto's nog het oude bakhuis en de achtergevel van het woonhuis


In 1862 werd de hoeve eigendom van de familie Gillis, deze waren afkomstig uit de Sint-Annaheve uit Kallo. Martinus Gillis kocht toen de boerderij in 1912 dit is de grootvader van Juliana en Petrus Gillis, broer en zus en huidige eigenaars.
Deze hoeve was gekocht van de Commissie der Burgelijke Godshuizen te Beveren. De Commissie had het hof gekregen van een zekere Everaert uit Beveren waarschijnlijk Jan Baptist Everaet "vader der armen", burgemeester van Beveren (1774-1854). Voor de fatale brand van 1902 prijkte vroeger een prachtig herenhuis.
Hiervan zijn vooraan rechts in de schuur nog fundameneten en stukje rode vloertegels zijn gevonden. De woonkamer had eiken balken en een open haard met daarin "Delfse steentjes" met de afbeelding "de vlucht van Egypte".
Rond het hof moet ook een sloot gelegen hebben en op een balk van de oude bakkeet stond het jaartal 1617.


Petrus Gillis verteld:
In 1902 is de boerderij hier afgebrand. Dat waren hier  toen mijn grootvaders  nonkels. En nonkel Piet die dacht: Ik moet het goed weten.
En die ging naar Antwerpen naar een waarzegster. En die zegt tegen hem: Kijk daar maar in de spiegel en ge zult alles zien.
En hij zag de boerderij staan, en dan zag hij zijn broer, en zag hoe hij het aangestoken had.
Die was thuisgekomen, en die schuur en het huis waren aan mekaar.
En langs waar ze binnenkwamen was een tas met hooi en hij was beschonken en stekskes aangestoken voor te lichten, want er was geen electriek. En zo moet het aangegaan zijn. En dat was nonkel Sjef die had dat gedaan. En dan hebben ze er hem nog uit moeten halen, dan zat hij op een stoel te slapen.
Uit volksagen in het Land Van Beveren T. Penneman  HLVB 1975




Petrus Gillis Tegel van de schouw herenhuis  


bovenkant deur oud herenhuis





In de oude Doelpolder, ingedijkt in 1567 maar grotendeels onder water gezet in 1583, stond op of vlakbij de locatie van de huidige Olifanthoeve het ‘Heere Berlanthuys’.
Het werd kort na de inpoldering gebouwd voor de heer van Baarland (met een bedrijfsoppervlakte van ca. 49 ha)

Bemerk de oude stenen aan de onderkant afkomstig van oude bewoning.