Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland



       


De gemeente grenst ten oosten aan de Schelde; ten zuiden aan Kallo en ten westen aan Kieldrecht. Het water dat de noordkant van de gemeente begrenst, vloeit over de voormalige heerlijkheid van Saeftinge, welke, voor zij verdronk, het noordelijkst gelegen punt van Keizers-Vlaanderen en de grens met Zeeland maakte.


Aanvankelijk maakte de plaats Doel deel van de gemeente Kieldrecht, of liever van de golf of zeeboezem, welke zich van hier naar het binnenland richtte, en waar ook de gemeenten Kallo en Verrebroek uit het water gewonnen zijn.

De eerste bedijking van Doelpolder schijnt plaats gehad hebben in 1260, maar dijkbreuken zetten hem nadien verscheidene malen weer onder water. Dit gebeurde omtrent het midden van de XIV eeuw. Het staat echter vast dat het Land van Saeftinge reeds in deze periode goed bevolkt was en van drie kerken voorzien eer de landbouwers zich in Doel kwamen vestigen.
Een tweede bedijking werd gedaan in 1355 ongeveer een eeuw later.
In 1462 spoelde het water andermaal door de dijken, hierdoor bleef de polder maar 300 gemeten groot.
Deze toestand bleef meer dan een eeuw duren, immers bij octrooi van 23 december 1567 werd aan C. van Bourgondië, heer van Fromont en medebelanghebbenden, octrooi verleend om de polder van Doel te mogen bedijken en de vruchten er van te genieten.
De ondernemers schijnen de taak echter aan anderen te hebben overgelaten, want op 9 november 1569 werd door paus Pius V aan de bisschop van Gent verlof gegeven om de overeenkomst te bekrachtigen, gesloten tussen de St-Pietersabdij van Gent en de bestuurder van de kerk van Kieldrecht enerzijds, en Robert Van Haesten anderzijds, opzichtens de tienden, welke zouden geheven worden op de aangeslibde landen, bijgenaamd de Doelen, ter grootte van 2089 bunder.
De akte voegt er bij, dat gemelde bodem meer dan tweehonderd jaar zonder opbrengst gebleven was, waaruit men zou mogen besluiten, dat de bedijking van 1355 maar een klein gedeelte van het land van Doel was.
De hier bedoelde bedijking was drie jaar later voltooid, en de vruchtbare vlakte mocht weer door egge en ploeg bewerkt worden door nijverige landbouwers en door talrijk vee bewoond worden.
Het tienden recht bedroeg 5 stuivers het bunder indien de polder in bouwland, hetzij in weide werd herschapen.
Destijds was Doel een door water ingesloten eiland?



Een kaart des ambachts van Hulst en het Land Van Saeftinge, van 1575 stelt de Doelpolder voor die uitgestrekter was dan tegenwoordig. Volgens een kaart van 1504 zelfs twee eilanden.
Enige jaren later nadien wordt de melding gemaakt van "hoogen Doel" , met vermelding dat deze lag tussen het "Kerkengat" en de "Groote Adere", ongeveer 350 gemeten groot, en dat hij in 1593, volgens octrooi van 13 augustus verleend door de Staten Generaal der Verenigde Nederlanden, andermaal werd bedijkt.
De Doel-polder werd door het water van Kieldrecht afgescheiden in 1613, hierdoor werden de wethouders genoodzaakt zich voorlopig in Doel te komen vestigen. Het nieuwe bedijkingswerk ving nog hetzelfde jaar aan, ingevolge octrooi van 4 juli, verleend aan Cornelius de Witte, met vrijstelling van lasten gedurende 18 jaar, op voorwaarde gedurende deze tijd 2 stuivers per gemet te betalen.
Een gedeelte van Doel-polder lag destijds onder het gebied van de Verenigde Nederlanden.
Op 9 januari 1614 werd door de Staten Generaal van de Republiek verlof verleend tot het bedijken van Doel, benevens de polder van "St Anna" en de schorre van "Ketenisse". In gemeld jaar werden ook de cijnzen uitgegeven, die weldra de bouw van een welbebouwde boerenplaats als gevolg had. Zessendertig jaar later werd de schorre van "'t Luis" ingedijkt annex Doel, maar er viel een nieuwe ramp voor welke dreigde de uitbreiding van Doel te hinderen: op 26 januari 1682 brak op de plaats "het grote gat" de dijk door waardoor een nabijgelegen hoeve verging in de vloed, die de ganse polder onder water zette.
Op 2 juli van hetzelfde jaar was de dijkbreuk gelukkig hersteld. Tot dankzegging werd elk jaar de 25 januari of kort daarna en ook op de derde kermisdag namens de bevolking van Doel in de parochiekerk een plechtige mis gezongen.
De meier, burgemeester en schepenen van deze plaats stuurden in het jaar 1780 een verzoekschrift tot de regering ten einde als onafhankelijke parochie, onder geestelijk opzicht, te worden ingericht.
Dit geschiedde op aandringen van de familie "Van Hove", te Antwerpen die veel cijnzen bezat. Aan de vraag werd geen gevolg gegeven, evenmin aan de tweede die in 1784 werd gedaan. De gewenste afscheiding van Kieldrecht kwam tot stand in 1792, bij besluit van de bisschop van Gent, terwijl de burgelijke afscheiding maar in het begin 1800, krachtens een besluit van de regering tot stand kwam.






De historische verkortingssdijk van weleer:


Aan het Deurganckdok in Doel ligt, tussen de Schelde en de Oostlangeweg, de Verkortingsdijk.
Het was de scheiding tussen de Grote en de Kleine Doelpolder.
De Verkortingsdijk van Doel was de invalsweg voor Doelenaars die met de auto vanuit Kallo en Antwerpen komen.
Slag van Doel
 - In 1832 was de Verkortingsdijk nog de gevechtslinie tussen de Franse en Hollandse troepen.
Franse troepen rukten op 30 november 1832 Doel binnen om het dorp te verdedigen tegen de oprukkende Hollandse vloot.
Op 22 december 1832 kwamen 1500 Hollanders in Liefkenshoek aan om de Fransen aan te vallen.
Sekretaris Camerman reed te paard naar Kieldrecht om er het Franse garnizoen te verwittigen.

Er werden 2 stukken geschut opgesteld aan de Verkortingsdijk en de strijd brak er los. De Hollanders werden teruggeslagen met veel verliezen.
Door de Franse historieschilder Gudin werd een schilderij gemaakt "Slag-van-Doel". Een kopie daarvan hangt in het gemeentehuis van Doel.

De glorietijd van Doel:
Tijdens de twintigste eeuw waren er veel hotels en café's in Doel en was Doel een van de gezelligste dorpen van Belgie.

Hotel Flandria


Het Hotel Flandria werd vroeger opengehouden door Cyriel Weemaes die het hotel samen met zijn echtgenote Lisa uitbaatten.
Nadien is er in dit pand een elektriciteitswinkel geweest. Het werd opengehouden door Charles Kimpe en Marcella Van Den Keybus.
"Begin van de jaren zeventig van vorige eeuw werd dit pand aangekocht door Etienne en Marleen Gillis-D'Hamers - Van Goey en werd er als eerste in de steek een zelfbedieningswinkel geopend met de naam "Flandria." 

De Jagersrust



Cafe in het toerisme



De Roos


Cafe “De Roos” was samen met het Hooghuis een van de oudste gebouwen van Doel. Door de jaren heen was het hotel - cafe - restaurant.

Logement De Hert


Het paviljoentje


Cafe restaurant Saeftinghe



De Nieuwe Haven


De Tramstatie



De tramstatie lag in het centrum van Doel naast het schoolhuis op de Engelsesteenweg.
Op 1 juli 1931 vestigde de familie Van Hul zich in een café dat toen werd uitgebaat door een zekere Van de Vijver.
Rosa Van Hul,  opende het café samen met haar zuster, zij werden in Frankrijk geboren.
Op 8 jarige leeftijd kwam zij in 1931 met haar familie naar het café in Doel.
Het café kreeg toen de naam “Den Ijzer” omdat vader Van Hul lange tijd aan het front had gestreden.
Later kwam  de naam “De Tramstatie” omdat de statie van de toenmalige stoomtram slechts enkele meters verderop lag. 
Rosa werd geboren in het Franse Nantere  op 6 augustus 1923 en in de Parochiekerk van Doel begraven op 13 maart 1981.
Met haar zus Lucienne was zij steeds een voorname gastvrouw in café “De Tramstatie”.

Het Keizershof





25 augustus 2008 moest cafe Doel 5 onmiddellijk ontruimd worden wegens instortingsgevaar naastgelegen woning.
Het voormalig hotel " De Roos" verdween voorgoed uit de dorpskern.

Ophalen groot huisvuil zo als vroeger was:

Jaren terug, tot 1976 in de toen zelfstandige gemeenten, zorgden de lokale gemeentebesturen voor de ophaling.
In Kieldrecht gebeurde dat tientallen jaren door Jozef Tilleman uit de Nieuw Arenberg, eerst met paard en kar, later met de tractor.
Hij kreeg daarvoor de medewerking van gemeentewerkmannen, zoals Frans Engels. Markant detail: een van de tractorbestuurders was Kamiel Wouters, beter bekend als “Kamieleke Friet”. Hij stond destijds tijdens de weekends met een frietkraam voor feestzaal “Odeon” bij René Van Oevelen (nu droogkuis Kim).
Elke week werd het afval “afgekapt” aan de Kreek. De stortplaats werd in brand gehouden door de gemeente om de hoeveelheid afval te minimaliseren met het gevolg dat, wie vooral tijdens de zomermaanden er passeerde, wel eens kon ‘genieten’ van een enorme stank.
De gemeente diende er ook toezicht op te houden, want meermaals deponeerden particulieren er illegaal afval.
Met een boete tot gevolg, dat konden we lezen in “De Waassche Koerier”.
Later werd in Kieldrecht de ophaling verschillende jaren verzorgd door de familie Van den Brande uit De Klinge, nog later door de firma Kegels uit Verrebroek.


Dezelfde toestanden in Doel, waar de gebroeders Weemaes van 1964 tot 1976 instonden voor de huisvuilophaling.
Voor jaarlijks slechts 150 frank (€ 3,70 !) kon men wekelijks zowel groot als klein huisvuil meegeven.
Sorteren bestond toen nog niet: restafval, groen, grof vuil, glas, plastiek… alles kon men op vrijdag meegeven.
Het stort was in de Oostlangeweg, de Kleine Doelpolder op de plaats gekend als “den toneul” (ton heul = waar de waterloop onder de Oostlangeweg naar het Grote Gat loopt).
Daar ook de familie Weemaes onteigend werd, besloten ze in oktober 1976 een punt te zetten achter deze activiteit. Ze kregen veel waardering van schepen Willy Struys “voor de moeite die ze zich getroost hebben en de wijze waarop zij de sociale hygiëne in Doel hielpen bevorderen”.
Later nam de firma Amedé Kegels uit Verrebroek dit werk over.

.