Polderblues.be

Leven, wonen en werken in het Waasland


    Zoeteberm varia  



Het Paardenschor (12 ha) situeert zich langs de linkeroever van de Schelde, ten zuiden van het schor van
Ouden Doel. In de jaren '60 werd het gebied opgehoogd voor de bouw van de kerncentrale van Doel, waardoor
de natuurwaarde sterk verminderde. Later keerde het tij, want als compensatie voor de vernietiging van een strook brak schor bij de aanleg van het Deurganckdok werd het herstel van dit gedeelte van het Paardenschor voorgesteld. In 2003 startten de werken: de Sigmadijk werd verlegd en het gebied werd afgegraven tot hoog stikniveau, om zo een goede uitgangssituatie voor schorvorming te creëren.
In april 2004 was het "nieuwe Paardenschor" een feit



Als polder, behoort het Paardenschor nu reeds tot het verleden en het reuzengedrocht van de kerncentrale verrijst op de opgespoten woestenij. Volgens het boek van Ing. Klimmer (1886) zou deze polder reeds bestaan hebben rond 1100, dus lang voor er spraak is van « De Doelen ».
Het bodempeil ligt er inderdaad veel hoger.
In 1614 zijn er 10 ingelanden waaronder Jan Brandt, schoonvader van P.P. Rubens, die in een verkoopakte aldaar zelfs een huis en schuur vermeldt. Cornelis Janssen was toen dijkgraaf. In oktrooien van 1677 en 1693 staat het Paardenschor geboekt voor 350 gemeten. In 1754 vinden we een bestek van 500 gulden voor het maken van een sluis en spuikom, en in 1761 beslist het Polderbestuur « Dat het Peerdenschor publickelyck
sal verpacht worden met eenen termyn van zesse jaren ende dat den pachter, maer sal gehouden syn een jaer conditie ofte wyngelden te betaelen
Bij de val van Napoleon wordt het Polderbestuur bevestigd in het wettelijk bezit ervan door de Prins van Oranje (1814).
Als de dijken van Lillo in 1838 hersteld worden komen de aannemers er grondspecie kopen. Elf jaar later besluit het bestuur dat « de onmiddelijke uitdijking niet voordeelig kan gebeuren ».
Het Paardenschor werd tenslotte in 1894 uitgedijkt door de Hollandse ondernemer Jeannes Haeck die hiervoor 68740 frs bedon­gen had en er zijn broek aan scheurde. Het kwam tot opstootjes wegens looneisen en strijd tussen de dijkwerkers van de aannemer en de tewerkgestelden van Doel die met een zwarte vlag opstapten naar burgemeester Flahou, welke de gemoederen kon bedaren.
Tot in 1904 werd het Paardenschor uitgebaat met kastelijns en bracht toen 438 goudfrs netto per hektare op.
Geldelijk was het een van,de beste beleggingen van het Pol­derbestuur, dat nu bijna 500 maal meer als vergoeding kreeg.
Zeven eeuwen polders van Doel Jan Van Den Broeck

Foto uit Scheldenieuwsbrief

Het Paardenschor was een klein poldertje welke volledig eigendom was van de "Polder van Doel".
Deze polder werd verpacht aan verschillende  landbouwers van Doel.
In de jaren '60 van vorige eeuw werd deze polder onteigend en werd begonnen aan de bouw van de kerncentrale.
Tegen de dijk stonden er verschillende dijkwoningen.
Door het op spuiten van dit poldertje kregen de bewoners veel last van waterschade en werden zij verplicht om hun woning te verlaten.